Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2021:11051

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 juni 2021
Publicatiedatum
1 december 2021
Zaaknummer
9110321
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging van boete wegens administratieve fout bij parkeerontheffing

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete, maar de officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 4 juni 2021 werd vastgesteld dat de gedraging waarvoor de boete was opgelegd, weliswaar had plaatsgevonden, maar dat betrokkene buiten haar schuld om geen geldige parkeerontheffing had. Dit bleek uit een brief van Parkeerservice waarin werd bevestigd dat door een administratieve fout een verkeerde ontheffing was verstrekt, terwijl betrokkene recht had op een geldige ontheffing tot 31 januari 2021.

De kantonrechter achtte deze omstandigheden voldoende aanleiding om de boete te matigen tot nihil, zoals ook door de vertegenwoordiger van de officier van justitie was voorgesteld. De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en het door betrokkene betaalde bedrag als zekerheidstelling werd terugbetaald. De uitspraak werd in het openbaar gedaan en betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De boete wordt gematigd tot nihil en het betaalde bedrag wordt terugbetaald.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9110321 \ WM VERZ 21-115
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 4 juni 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 juni 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De kantonrechter is van oordeel dat is komen vast te staan dat de gedraging is verricht, maar dat er aanleiding is om de boete, zoals ook ter zitting is voorgesteld door de zittingsvertegenwoordiger, te matigen.
Daarbij is van belang dat betrokkene een brief heeft overgelegd van Parkeerservice waarin het volgende is vermeld:
“(…)Mevrouw had tussen 30 september 2019 en 14 augustus 2020 een geldige ontheffing. Echter door een administratieve fout vanuit Parkeerservice is de verkeerde ontheffing verstrekt en heeft mevrouw beschikkingen ontvangen. Zoals te zien is in de bijlage is de ontheffing van [betrokkene] geldig tot 31 januari 2021. Met deze brief willen wij getuigen zijn dat de bezwaarde op het betreffende moment buiten haar schuld om geen geldige parkeerontheffing voor het genoemde kenteken had. (…)”
De boete zal worden gematigd tot nihil. Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: