ECLI:NL:RBNHO:2021:11055

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 mei 2021
Publicatiedatum
1 december 2021
Zaaknummer
8677774
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor oprijden gesloten busbrug

Betrokkene is een boete opgelegd wegens het oprijden van de Busbrug de Binding, een weggedeelte dat gesloten is voor bepaalde voertuigen. Betrokkene betwist de overtreding niet, maar voert aan dat de bebording onduidelijk is en dat eerdere boetes voor dezelfde brug tot matiging zouden moeten leiden.

De kantonrechter oordeelt dat verkeersborden voor een gemiddelde weggebruiker goed zichtbaar zijn en dat het niet opmerken van de borden voor rekening van betrokkene komt. De eerdere boetes worden als afzonderlijke overtredingen beschouwd omdat deze op verschillende tijdstippen plaatsvonden.

Omdat het hier de eerste boete betreft die betrokkene ontvangt, ziet de kantonrechter geen reden tot matiging. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor het oprijden van de gesloten busbrug wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot matiging afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 8677774 \ WM VERZ 20-574
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 14 mei 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl te Zoetermeer.

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 mei 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is ook verschenen, tezamen met betrokkene en de partner van betrokkene. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: handelen in strijd met gesloten verklaring in beide richtingen weg(gedeelte) bestemd voor bepaalde categorie voertuigen.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Gemachtigde betwist de gedraging niet, zodat deze vaststaat, maar stelt dat betrokkene een reeks aan boetes heeft ontvangen voor de Busbrug en dat, gelet op uitspraken van deze rechtbank, de boetes voor matiging in aanmerking dienen te komen.
Ter zitting stelt betrokkene dat de bebording ter plaatse onduidelijk is.
De kantonrechter stelt voorop dat van weggebruikers oplettendheid op verkeersborden mag worden verwacht. In het kader daarvan is het aan de weggebruiker om diens rijgedrag, waaronder de snelheid, zodanig aan te passen dat verkeersborden niet alleen tijdig worden waargenomen, maar dat ook kennis kan worden genomen van de inhoud daarvan.
Naar het oordeel van de kantonrechter zijn de borden voor een gemiddelde weggebruiker goed zichtbaar. Dat blijkt voldoende uit de overgelegde schouwrapporten en de daarbij behorende foto’s. Dat betrokkene de borden niet heeft opgemerkt dient dan ook voor rekening van betrokkene te blijven.
De kantonrechter stelt vast dat aan betrokkene meerdere boetes zijn opgelegd voor het oprijden van Busbrug de Binding. Op zichzelf moeten deze gedragingen worden aangemerkt als aparte en te onderscheiden overtredingen van de geslotenverklaring, waarvoor ook telkens een boete kon worden opgelegd. De gedragingen hebben immers plaatsgevonden op verschillende tijdstippen.
De kantonrechter is van oordeel dat nu de boete in onderhavige zaak de eerste boete betreft die betrokkene heeft ontvangen, er geen reden is om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Nu het beroep ongegrond wordt verklaard ziet de kantonrechter geen aanleiding om proceskosten toe te kennen.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek op vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: