ECLI:NL:RBNHO:2021:11061

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 mei 2021
Publicatiedatum
1 december 2021
Zaaknummer
9033189
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete wegens negeren geslotenverklaring voor motorvoertuigen afgewezen

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het overtreden van een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen (bord C12/20) bij Marken. Betrokkene stelde dat de bebording niet goed zichtbaar was en dat het hek met het bord was verplaatst, maar de officier van justitie liet een aanvullend proces-verbaal opmaken met foto’s en een verklaring van de verbalisant.

De verbalisant verklaarde dat op meerdere manieren duidelijk was aangegeven dat Marken afgesloten was voor toerisme, via borden en ledschermen. Betrokkene negeerde deze signalen. De kantonrechter oordeelde dat het ontbreken van een fysieke afsluiting met een hek niet betekent dat de boete onterecht is, omdat de bebording leidend is voor de weggebruiker.

Betrokkene voerde tevens aan dat meerdere personen zich schuldig maakten aan dezelfde overtreding, maar de kantonrechter stelde dat dit niet relevant is voor de rechtmatigheid van de boete. Er was geen reden om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak werd in het openbaar gedaan.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens het negeren van de geslotenverklaring wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 9033189 \ WM VERZ 21-43
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 4 mei 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 mei 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is, met afbericht, niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: handelen ism een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12/20.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Betrokkene heeft in haar beroepschrift aangegeven dat de bebording niet goed zichtbaar was en dat het hek met het bord verplaatst was naar de overzijde van de weg.
De officier van justitie heeft een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal, ondersteund met foto’s, is het volgende vermeld: “
Ter plaatse is de volgende bebording aanwezig: Toegangsweg Monnickendam, groot ledscherm met daarop vooraankondiging. 4 waarschuwingsborden verdeeld over de Zeedijk met aankondiging dat Marken is afgesloten. Bord C12 ter hoogte van de afslag Uitdam. Daarna nog een aantal waarschuwingsborden en afgesloten parkeerplaatsen met uitleg. Bij aankomst op Marken nog een groot ledscherm met hierop de aankondiging dat Marken was afgesloten voor toerisme.”
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de aanvullende verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De verbalisant heeft verklaard dat er op meerdere en diverse wijzen (borden en ledscherm) was aangegeven dat Marken afgesloten was voor toerisme. Betrokkene heeft al deze signalen genegeerd. Dat er geen fysieke afsluiting meer was door middel van een hek, maakt niet dat aan betrokkene geen boete mocht worden opgelegd. De bebording is leidend voor de weggebruiker.
Betrokkene heeft daarnaast aangegeven dat meerdere personen zich schuldig maakten aan dezelfde gedraging als die betrokkene wordt verweten. Iedere weggebruiker die zich niet aan de verkeersregels houdt loopt het risico om bekeurd te worden. Het is daarom niet relevant of meerdere personen al dan niet zijn bekeurd voor dezelfde gedraging. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: