ECLI:NL:RBNHO:2021:11066

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 mei 2021
Publicatiedatum
1 december 2021
Zaaknummer
9048779
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beslissing officier van justitie wegens onvoldoende bewijs gedraging geslotenverklaring motorvoertuigen

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen (bord C12/20). Betrokkene stelde dat hij bestemmingsverkeer was en overhandigde een bezoekerspas als bewijs. Tevens gaf hij aan toestemming te hebben gekregen van een BOA om door te rijden naar zijn ouderlijk huis.

De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht, omdat de verbalisant in het aanvullend proces-verbaal geen voldoende specifieke toelichting had gegeven. Hierdoor ontstond twijfel over de waarneming, die in het voordeel van betrokkene moest worden uitgelegd.

Het beroep van betrokkene werd gegrond verklaard, de beslissing van de officier van justitie vernietigd en de betaalde zekerheidstelling aan betrokkene terugbetaald. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter P.J. Jansen op 4 mei 2021.

Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 9048779 \ WM VERZ 21-63
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 4 mei 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 mei 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen, tezamen met zijn [vader van betrokkene] als getuige. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: handelen ism een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12/20.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene stelt dat hij bestemmingsverkeer was omdat hij spullen moest ophalen bij zijn ouderlijk huis en legt daarbij een afbeelding van een bezoekerspas over. Tevens stelt betrokkene dat hij niet is gekeerd, maar om 11 uur is aangekomen op het eiland. Vervolgens zou betrokkene van een BOA toestemming hebben gekregen om door te rijden naar zijn ouderlijk huis, waarna betrokkene om 14.14 uur dus op de terugweg was, aldus betrokkene.
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. De verbalisant heeft in het aanvullend proces-verbaal een niet voldoende specifieke toelichting gegeven. Daarom ziet de kantonrechter aanleiding om te twijfelen aan de waarneming van de verbalisant. Deze twijfel dient in het voordeel van betrokkene te worden uitgelegd. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard en de beslissing van officier van justitie zal worden vernietigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: