De burgemeester van Haarlemmermeer heeft een besluit genomen tot sluiting van een woning voor drie maanden wegens overtreding van artikel 11a en 13b van de Opiumwet. Dit besluit volgde op een politieonderzoek waarbij diverse voorwerpen en stoffen werden aangetroffen die bestemd waren voor de productie van softdrugs. Verzoeker, de huurder van het pand, maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat verzoeker een spoedeisend belang had bij de voorlopige voorziening, maar dat de burgemeester bevoegd was tot het opleggen van bestuursdwang op grond van de aangetroffen voorwerpen en de bestuurlijke rapportages. De rechter wees de formele bezwaren af en oordeelde dat de burgemeester mocht vertrouwen op de politiebevindingen. Ook was de sluiting noodzakelijk en evenredig ter bescherming van het woon- en leefklimaat.
De burgemeester had zich gebaseerd op het Damoclesbeleid Haarlemmermeer 2019, dat een sluitingsduur van drie maanden voorschrijft bij een eerste overtreding met een kleine handelshoeveelheid softdrugs. De voorzieningenrechter achtte de toepassing van dit beleid passend en voldoende onderbouwd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, waardoor de sluiting van het pand kon doorgaan.