ECLI:NL:RBNHO:2021:11135

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 december 2021
Publicatiedatum
2 december 2021
Zaaknummer
NL21.14764
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:84 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking voorlopige voorziening wegens geen sprake van tegemoetkomen

Verzoekers hebben een voorlopige voorziening aangevraagd tegen een voorgenomen uitzetting naar hun land van herkomst, welke zij telefonisch bevestigd kregen. Na bezwaar en verzoek tot voorlopige voorziening trokken zij het verzoekschrift in en verzochten om proceskostenvergoeding.

Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, stelde dat geen uitzetting gepland stond en dat er dus geen tegemoetkomen was zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Awb. Verzoekers konden geen schriftelijk bewijs van het uitzettingsvoornemen overleggen.

De rechtbank oordeelde dat bij intrekking van een verzoek om voorlopige voorziening alleen proceskostenvergoeding kan worden toegekend als sprake is van tegemoetkomen door het bestuursorgaan, bijvoorbeeld door opschorting of het treffen van de gevraagde voorlopige maatregel. Nu verweerder dit betwistte en geen bewijs werd geleverd, werd het verzoek afgewezen.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter E.P.W. van de Ven en griffier N.E. Joacim, en is definitief zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkomen door verweerder.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: NL21.14764

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker 4] , geboren op [geboortedatum 4] , V-nummer: [v-nummer 4]

[verzoeker 1] ,geboren op [geboortedatum 1] , V-nummer: [v-nummer 1]
[verzoeker 2] ,geboren op [geboortedatum 2] , V-nummer: [v-nummer 2]
[verzoeker 3] ,geboren op [geboortedatum 3] , V-nummer: [v-nummer 3]
van Nigeriaanse nationaliteit, verzoekers
(gemachtigde: mr. drs. J.E. Groenenberg.),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoekers stellen dat verweerder heeft aangegeven betrokkenen op 22 september 2021 te willen uitzetten naar hun land van herkomst. Telefonisch is de voorgenomen uitzetting (waarschijnlijk) door het COA, doch in ieder geval de Staatssecretaris van Justitie aan de gemachtigde van verzoekster bevestigd.
Verzoekers hebben tegen dit voornemen bezwaar gemaakt. Verzoekers hebben tevens voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij brief van 22 september 2021 hebben verzoekers het verzoekschrift ingetrokken.
Tegelijk met de intrekking van het verzoekschrift hebben verzoekers verzocht om verweerder bij afzonderlijke uitspraak te veroordelen in de kosten van de procedure bij de voorzieningenrechter.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Verweerder heeft op 6 oktober 2021 gereageerd.
Bij brief van 12 oktober 2021 hebben verzoekers op de brief van verweerder van 6 oktober 2021 gereageerd.
Nu partijen niet hebben aangegeven om over het verzoek om proceskosten op een zitting te willen worden gehoord, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en met toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak gedaan.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Die wetsartikelen zijn op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Verweerder heeft op 12 oktober 2021 aangegeven dat hij niet bereid is de proceskosten te vergoeden. De reden hiervan is dat er geen uitzetting gepland stond en dat verweerder dus ook niet tegemoet is gekomen aan het bezwaar en de voorlopige voorziening.
3. In dit geval is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a, van de Awb. Bij een procedure ter verkrijging van een voorlopige voorziening is sprake van tegemoetkomen, als de verweerder de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit opschort of de gevraagde voorlopige maatregel treft. Nu verweerder bestrijdt dat een uitzetting gepland stond en verzoekers van deze voorgenomen uitzetting geen (schriftelijk) bewijs hebben overgelegd, is er geen sprake van tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a, van de Awb. Het verzoek tot vergoeding van de proceskosten wordt daarom afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.P.W. van de Ven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.E. Joacim, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.