Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd omdat hij tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthield. Hij stelde in beroep dat hij niet reed, maar stil stond langs de weg terwijl hij op zijn kinderen wachtte. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en betrokkene ging in beroep bij de kantonrechter.
Op de zitting verscheen alleen de vertegenwoordiger van de officier van justitie; betrokkene was afwezig. De kantonrechter baseerde zich vooral op de verklaring van de verbalisant, die op ambtsbelofte had verklaard dat hij betrokkene daadwerkelijk zag rijden terwijl hij het apparaat vasthield. Dit aanvullend proces-verbaal vormde een sterke bewijsgrond.
De kantonrechter oordeelde dat in WAHV-zaken de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende is, tenzij betrokkene specifieke feiten aanvoert die twijfel zaaien over die verklaring. Betrokkene had onvoldoende feiten aangevoerd om de verklaring te betwisten. Daarom werd de boete terecht opgelegd en werd het beroep ongegrond verklaard. Ook matiging van de boete werd niet gegrond geacht.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter B. Voogd en is openbaar. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, mits de boete meer dan € 70 bedraagt.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.