Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2021:11258

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 november 2021
Publicatiedatum
7 december 2021
Zaaknummer
9501443 \ WM VERZ 21-547
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete voor vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden ongegrond verklaard

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd omdat hij tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthield. Hij stelde in beroep dat hij niet reed, maar stil stond langs de weg terwijl hij op zijn kinderen wachtte. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en betrokkene ging in beroep bij de kantonrechter.

Op de zitting verscheen alleen de vertegenwoordiger van de officier van justitie; betrokkene was afwezig. De kantonrechter baseerde zich vooral op de verklaring van de verbalisant, die op ambtsbelofte had verklaard dat hij betrokkene daadwerkelijk zag rijden terwijl hij het apparaat vasthield. Dit aanvullend proces-verbaal vormde een sterke bewijsgrond.

De kantonrechter oordeelde dat in WAHV-zaken de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende is, tenzij betrokkene specifieke feiten aanvoert die twijfel zaaien over die verklaring. Betrokkene had onvoldoende feiten aangevoerd om de verklaring te betwisten. Daarom werd de boete terecht opgelegd en werd het beroep ongegrond verklaard. Ook matiging van de boete werd niet gegrond geacht.

De uitspraak werd gedaan door kantonrechter B. Voogd en is openbaar. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, mits de boete meer dan € 70 bedraagt.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9501443 \ WM VERZ 21-547
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 26 november 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 november 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene stelt niet te hebben gereden, maar stelt dat hij stil stond langs de kant van de weg, wachtend op zijn kinderen.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De officier van justitie heeft een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit op ambtsbelofte opgemaakte aanvullend proces-verbaal heeft de verbalisant verklaard dat hij betrokkene daadwerkelijk heeft zien rijden op het moment dat hij het elektronisch apparaat vasthield.
In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring van de verbalisant dan wel uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. Betrokkene heeft onvoldoende feiten en/of omstandigheden aangevoerd die ertoe aanleiding geven te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: