Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht dat op rood stond. Na bezwaar bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard, stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter. Op de zitting was alleen de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig.
De kantonrechter stelde vast dat uit de stukken, waaronder foto’s waarop de overtreding duidelijk zichtbaar is, blijkt dat het voertuig van betrokkene de stopstreep passeerde terwijl het licht al 1,0 seconden rood was. De verdediging voerde aan dat de boa niet bevoegd was de boete op te leggen omdat het geen strafbaar feit zou betreffen en stelde vragen over mandaat van de beëdiging van de boa.
De kantonrechter oordeelde dat het doorrijden bij rood licht wel degelijk een strafbaar feit is volgens artikel 92 RVV Pro 1990 en dat de boa bevoegd is op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. De stelling over het mandaat van de beëdiging werd verworpen wegens gebrek aan feitelijke grondslag. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor doorrijden bij rood verkeerslicht wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.