ECLI:NL:RBNHO:2021:1134

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
10 februari 2021
Publicatiedatum
11 februari 2021
Zaaknummer
C/15/312068 / KG ZA 21-17
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot uitschrijving van man uit woningadres toegewezen in echtscheidingsprocedure

In een kort geding tussen echtelieden die in een echtscheidingsprocedure verkeren, vordert de vrouw dat de man wordt uitgeschreven van het gezamenlijke huuradres. De man heeft de woning verlaten maar weigert zich uit te schrijven, wat de vrouw belemmert bij het verkrijgen van bijstandsuitkering en toeslagen.

De rechtbank overweegt dat de vrouw een groter belang heeft bij het exclusieve gebruik van de woning en dat de man zich daarom moet laten uitschrijven. De door de man aangevoerde redenen, waaronder het ontbreken van een vervangend adres en werkgerelateerde inschrijvingsvereisten, wegen niet op tegen het belang van de vrouw.

De vordering tot uitschrijving wordt toegewezen, maar de vordering tot inschrijving op een ander adres wordt afgewezen omdat de vrouw daar geen belang bij heeft. De man krijgt een termijn van drie dagen om zich uit te schrijven, waarna het vonnis in de plaats treedt. Proceskosten worden gecompenseerd.

Uitkomst: Man wordt veroordeeld zich binnen drie dagen uit te schrijven uit de BRP op het adres van de gezamenlijke woning.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/312068 / KG ZA 21-17
Vonnis in kort geding van 10 februari 2021
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
eiseres,
advocaat mr. C.L. Mens te Hoofddorp,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
advocaat mr. P.J.H. Vinke te Hoofddorp.
Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met producties
  • de brief met een akte overlegging producties van de zijde van de man
  • de mondelinge behandeling d.d. 3 februari 2021
  • de pleitnota van de vrouw
  • de pleitnota van de man.
1.2.
Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling op 3 februari 2021 zijn verschenen de vrouw, bijgestaan door een tolk en door mr. Mens voornoemd en de man, bijgestaan door een tolk en door mr. Vinke voornoemd.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn echtelieden. Zij zijn momenteel verwikkeld in een echtscheidingsprocedure bij deze rechtbank.
2.2.
Tijdens het huwelijk van partijen zijn twee, thans nog minderjarige, kinderen geboren, te weten:
  • [A.], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]
  • [B.], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats].
2.3.
Partijen bewoonden gezamenlijk een huurwoning aan de [adres] (hierna: de woning).
2.4.
In een beschikking voorlopige voorzieningen van deze rechtbank van 26 oktober 2020 zijn de kinderen toevertrouwd aan de vrouw, is een zorgregeling vastgesteld en is bepaald dat de vrouw met ingang van 1 november 2020 bij uitsluiting gerechtigd is gebruik te maken van de woning en de inboedelgoederen. Voorts is een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen vastgesteld die de man met ingang van 1 november 2020 aan de vrouw dient te betalen.
2.5.
De man heeft de woning kort na het geven van de beschikking voorlopige voorzieningen verlaten. Hij heeft zich tot op heden niet laten uitschrijven van het adres van de woning.

3.Het geschil

3.1.
De vrouw vordert samengevat - dat de voorzieningenrechter, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de man zal veroordelen aan de gemeente [geboorteplaats] door te geven dat hij niet langer in de woning woonachtig is en zich op een ander adres in te laten schrijven, op straffe van een dwangsom en met veroordeling van de man in de kosten van de procedure.
3.2.
De vrouw legt aan haar vordering ten grondslag dat de man onrechtmatig handelt jegens haar. Zij stelt dat hij, ondanks dat hij de woning heeft verlaten en elders verblijft (zoals ook was bepaald in de beschikking voorlopige voorzieningen), weigert zich te laten uitschrijven van het adres van de woning. De vrouw stelt dat zij als gevolg hiervan in financiële problemen raakt omdat een door haar aangevraagde bijstandsuitkering, alsmede aangevraagde zorg- en huurtoeslag niet aan haar worden toegekend omdat de man nog op het adres staat ingeschreven en het gezinsinkomen van partijen hierdoor te hoog is voor toekenning van de gevraagde uitkering en toeslagen. Zij voert verder aan dat de man tot op heden ook niet heeft voldaan aan zijn verplichting om kinderalimentatie te betalen.
3.3.
De man voert verweer. Hij erkent dat de vrouw groot belang heeft om alleen met de kinderen geregistreerd te staan op het adres van de woning. Hij voert echter aan dat hij zich niet kan laten uitschrijven van het adres omdat hij geen vervangend woon- of verblijfadres kan opgeven aan de gemeente. Hij stelt dat de personen bij wie hij verblijft hem niet toestaan zich op hun adres in te schrijven en dat hij ingeschreven moet staan op het adres waar hij woont in verband met de terugkerende veiligheidscheck van zijn werkgever. Hij verklaart dat hij op Schiphol werkzaam is in het gebied achter de grens en dat de marechaussee van tijd tot tijd controleert of hij nog voldoet aan de vereisten voor het bezit van een Schipholpas. De laatste veiligheidscheck heeft weliswaar onlangs plaatsgevonden en hij krijgt weer een nieuwe pas, maar er worden ook af en toe tussentijdse veiligheidschecks uitgevoerd. Als dan blijkt dat hij niet ingeschreven staat wordt zijn pas ingetrokken, kan hij zijn werkzaamheden niet meer uitvoeren en raakt hij zijn inkomsten kwijt. Hij voert aan dat hij is aangewezen op het verkrijgen van een sociale huurwoning als vervangende woonruimte omdat hij anders de kinderen niet bij zich kan ontvangen in het kader van de omgang. Huren in de vrije sector is voor hem financieel niet haalbaar, vooral niet omdat hij als (mede)huurder nog verantwoordelijk is voor de huurkosten van de woning.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
In de beschikking voorlopige voorzieningen van 26 oktober 2020 heeft de rechtbank, na een belangafweging, besloten dat de vrouw een groter belang bij het uitsluitend gebruik van de woning heeft dan de man, omdat de kinderen aan haar zijn toevertrouwd. Inmiddels bewoont de vrouw de woning ook daadwerkelijk uitsluitend met de kinderen van partijen.
4.2.
Deze beslissing van de rechtbank brengt mee dat de man zich (in ieder geval tijdelijk) moet laten uitschrijven van het adres van de woning, omdat anders het aan de vrouw toegekende voorlopige gebruiksrecht van de woning niet kan worden uitgeoefend. Zijn inschrijving op het adres staat er immers aan in de weg dat aan de vrouw toeslagen en/of een bijstandsuitkering worden verstrekt, terwijl de vrouw geen andere inkomsten heeft. Dit is door de man niet weersproken.
4.3.
De man heeft onder meer aangevoerd dat hij niet een kamer kan huren om zo tijdelijk in woonruimte en een woonadres te voorzien, omdat hij dan zijn kinderen niet bij zich zal kunnen ontvangen in het kader van de zorgregeling. Desgevraagd heeft de man echter verklaard dat hij zijn kinderen ook op dit moment niet bij zich kan ontvangen omdat de personen bij wie hij verblijft dat niet toestaan. Nu het voor het uitvoeren van de zorgregeling derhalve geen verschil maakt, wordt de man toch aangeraden op korte termijn een kamer te huren om in vervangende woonruimte te voorzien. Wachten op toewijzing van een sociale huurwoning duurt te lang.
4.4.
Voorts heeft de man aangevoerd dat hij voor zijn werk ingeschreven moet staan op het adres waar hij woont en dat hij zich om die reden thans niet kan laten uitschrijven. Ook dit argument staat niet aan uitschrijving van het adres in de weg. Bij een veiligheidscheck door de marechaussee op dit moment zou immers blijken dat de man niet feitelijk woont op het adres waar hij staat ingeschreven.
De man heeft verder aangevoerd dat hij nog de huur betaalt van de woning en dat hij onvoldoende inkomsten heeft voor het betalen van dubbele woonlasten, maar ook dit verweer kan hem niet helpen. Uit een door zijn advocaat overgelegd bericht van Ymere van 27 januari 2021 blijkt dat er inmiddels een achterstand in de huurbetalingen voor de woning is ontstaan. Zolang de vrouw geen eigen inkomsten ontvangt kan zij de huurbetalingen niet zelf voldoen. Daar komt bij dat de vrouw onweersproken heeft verklaard dat de man tot op heden de in de beschikking voorlopige voorzieningen vastgestelde bijdrage in de verzorging en opvoeding van de kinderen van € 136,- per kind per maand in het geheel nog niet heeft voldaan zodat hij ook in die zin niet voldoet aan zijn financiële verplichtingen tegenover de vrouw.
4.5.
In het licht van het vorenstaande bezien, wordt geoordeeld dat de vrouw een zeer groot en gerechtvaardigd belang heeft bij de gevorderde uitschrijving.
De door de man aangevoerde omstandigheden waarom de uitschrijving niet mogelijk zou zijn, brengen daar onvoldoende tegen in.
4.6.
De vordering van de vrouw wordt toegewezen met betrekking tot de uitschrijving van de man. De vordering tot inschrijving van de man op een ander adres zal niet worden toegewezen omdat de vrouw daar geen belang bij heeft. Het is aan de man of hij zich elders wil inschrijven of niet, zolang hij zich maar uitschrijft uit de woning van de vrouw. De voorzieningenrechter ziet aanleiding hieraan de hierna te vermelden termijn voor nakoming te verbinden. Mocht het huurrecht van de woning in de echtscheidingsprocedure alsnog aan de man worden toegewezen, dan kan hij zich uiteraard opnieuw laten inschrijven.
4.7.
De gevorderde dwangsom zal ter vermijding van executiegeschillen worden afgewezen. De voorzieningenrechter zal in plaats daarvan ambtshalve bepalen dat dit vonnis zonodig in de plaats zal treden van de uitschrijving van de man.
4.8.
Aangezien partijen echtelieden zijn zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt de man om binnen drie dagen na heden aan de gemeente [geboorteplaats], afdeling burgerzaken, door te geven dat hij niet meer woonachtig is op het adres [adres] en zich van dat adres te laten uitschrijven;
5.2.
bepaalt dat indien de man niet binnen genoemde termijn aan dit gebod voldoet, dit vonnis in de plaats treedt van de onder 5.1 bedoelde uitschrijving, zodat de vrouw op grond van dit vonnis opdracht tot uitschrijving kan verstrekken;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th.S. Röell en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier C. Vis-van Zanden op 10 februari 2021. [1]

Voetnoten

1.type: 1155