Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Leasemore B.V.
Rechtbank Noord-Holland
Op 13 juni 2019 sloten partijen een huurovereenkomst voor een Volkswagen Up! waarbij Leasemore de auto aan [gedaagde] ter beschikking stelde tegen maandelijkse leasebetalingen. Na het uitblijven van betaling van diverse facturen beëindigde Leasemore de overeenkomst voortijdig en haalde de auto bij [gedaagde] thuis op.
Leasemore vorderde betaling van openstaande facturen, buitengerechtelijke kosten en rente, terwijl [gedaagde] alleen bereid was een deel van de leasetermijnen en een verkeersboete te betalen. De kantonrechter wees het niet betwiste deel van € 1.179,17 toe, inclusief rente vanaf verzuimdatum. De buitengerechtelijke incassokosten werden deels toegewezen tot het wettelijke tarief van € 176,88.
De rest van de vordering werd afgewezen omdat Leasemore onvoldoende concreet had onderbouwd waarop de vordering was gebaseerd. De rechtbank benadrukte dat het niet aan de rechter is om in producties naar ondersteunende feiten te zoeken. Tevens ontbrak voldoende informatie om de ambtshalve toets op informatieverplichtingen te kunnen uitvoeren.
De proceskosten werden aan [gedaagde] opgelegd, gerelateerd aan het toegewezen deel van de vordering, inclusief nasalaris en rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en op 8 december 2021 door kantonrechter A.E. Merkus uitgesproken.
Uitkomst: De vordering van Leasemore wordt gedeeltelijk toegewezen tot € 1.356,05 met rente en proceskosten, de rest wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.