Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
E.C.C. Koppes, h.o.d.n. Optima Bewindvoering Alkmaarte Heerhugowaard, in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van
[rechthebbende]wonende te [woonplaats]
Rechtbank Noord-Holland
Eiser heeft een vordering ingesteld tegen de bewindvoerder en een andere gedaagde voor vergoeding van immateriële schade die hij stelt te hebben geleden door mishandeling op 5 juli 2019.
De rechtbank stelt vast dat de mishandeling heeft plaatsgevonden en dat de gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld. Echter, eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat hij immateriële schade heeft geleden, zoals lichamelijk letsel of psychische klachten die aantoonbaar zijn.
Eiser heeft niet toegelicht of bewijs geleverd van de ernst van zijn klachten, en is bij de zitting niet verschenen. De kantonrechter verklaart eiser niet-ontvankelijk jegens de bewindvoerder en wijst de vordering af wegens gebrek aan bewijs.
De proceskosten worden aan eiser opgelegd. Het vonnis is gewezen door kantonrechter M.C. van Rijn op 8 december 2021.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding van immateriële schade wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.