ECLI:NL:RBNHO:2021:11380

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
24 november 2021
Publicatiedatum
9 december 2021
Zaaknummer
8659738 CV EXPL 20-6140
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid passagier wegens ongeldige cessie in compensatieclaim vertraagde vlucht

De passagier vorderde compensatie van €600 op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004 wegens een vertraagde vlucht van Amsterdam naar Istanbul, waarbij zij de aansluitende vlucht miste. De vervoerder betwistte het bestaan van een vorderingsrecht en stelde dat de passagier onvoldoende documentatie had verstrekt, waaronder een onvolledig 're-assignment form' zonder handtekening van de cedent.

De kantonrechter oordeelde dat voor een rechtsgeldige cessie vereist is dat de akte door zowel cedent als cessionaris is ondertekend. Omdat dit niet het geval was, beschikte de passagier niet over het vorderingsrecht en werd zij niet-ontvankelijk verklaard. De vervoerder stelde een tegenvordering in wegens materiële schade door rauwe dagvaardingen, maar deze werd afgewezen omdat de juridische kosten al in het liquidatietarief waren begrepen.

De proceskosten werden verdeeld: de passagier werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de vervoerder, terwijl de vervoerder de proceskosten van de passagier moest dragen. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter S.N. Schipper op 24 november 2021 te Haarlem.

Uitkomst: De passagier werd niet-ontvankelijk verklaard wegens een ongeldige cessie en veroordeeld tot betaling van proceskosten; de tegenvordering van de vervoerder werd afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 8659738 CV EXPL 20-6140
Uitspraakdatum: 24 november 2021
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[de passagier]
wonende te [woonplaats]
eiseres in conventie
verweerster in reconventie
hierna te noemen de passagier
gemachtigde mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Turk Havayollari A.O.
gevestigd te Ankara (Turkije)
gedaagde in conventie
eiseres in reconventie
hierna te noemen de vervoerder
gemachtigde mr. H. Bulut-Yazir

1.Het procesverloop

1.1.
De passagier heeft bij dagvaarding van 8 juli 2020 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord en daarbij een tegenvordering ingediend.
1.2.
De passagier heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2.De feiten

2.1.
De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagier diende te vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Istanbul Havalimani Airport, Istanbul (Turkije) naar Bole Airport, Addis Ababa (Ethiopië) op 3 mei 2019.
2.2.
De vlucht van Amsterdam-Schiphol Airport naar Istanbul is met vertraging uitgevoerd, waarna de passagier de aansluitende vlucht heeft gemist.
2.3.
De gemachtigde heeft bij e-mail van 15 juli 2019 de vervoerder schriftelijk aangemaand.

3.De vordering

3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 90,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagier heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is de passagier te compenseren conform artikel 7 van Pro de Verordening tot een bedrag van € 600,00.

4.Het verweer en de tegenvordering

4.1.
De vervoerder stelt primair dat geen sprake is van een vorderingsrecht dat aan de passagier toekomt. Voorts betoogt de vervoerder dat de gemachtigde van de passagier op 15 juli 2019 middels een e-mail een brief, genaamd ‘Letter Before Action’, heeft verzonden aan de vervoerder, zonder nadere documentatie. De vervoerder heeft hierop laten weten dat hij aanvullende documentatie nodig heeft. Hierna is niets meer van de passagier vernomen tot de dagvaarding. Ook bij de dagvaarding is geen paspoortkopie bijgevoegd. De passagier heeft de vervoerder rauwelijks gedagvaard terwijl de vervoerder nog in afwachting was van ontbrekende documenten. Na een jaar is de vervoerder gedagvaard zonder een aankondiging en zonder in de gelegenheid te zijn gesteld om de vordering te beoordelen. De vervoerder dient hiervoor eerst te kunnen beoordelen of de vordering betrekking heeft op de passagier. De procedure is dan ook onnodig aanhangig gemaakt. Onvolledige documentatie en het doorzetten van de procedure dient voor rekening en risico van de passagier te komen.
4.2.
De vervoerder vordert bij wijze van tegenvordering bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, om de passagier en/of zijn gemachtigde te veroordelen tot betaling aan de vervoerder van een bedrag van € 1.000,00 exclusief btw, te weten de kosten voor juridische bijstand en veroordeling van de passagier en/of zijn gemachtigde in de proceskosten. De vervoerder stelt daartoe dat hij materiele schade heeft geleden, omdat hij in vele zaken, door de gemachtigde van de passagier, rauwelijks is gedagvaard.

5.De beoordeling

5.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering(en) kennis te nemen.
de vordering
5.2.
De vervoerder betoogt dat het dossier incompleet is waardoor tot op heden geen betaling van de compensatie heeft plaatsgevonden. De vervoerder dient nog, aan de hand van de opgevraagde documentatie, te verifiëren of de vordering is ingesteld door de passagier en of de passagier nog over het gepretendeerde vorderingsrecht beschikt. De passagier heeft nagelaten documentatie hiertoe te verstrekken, aldus de vervoerder.
5.3.
De kantonrechter begrijpt dat de passagier stelt dat hij beschikt over het gepretendeerde vorderingsrecht omdat Airhelp middels een ‘re-assignment form’ de vordering heeft overgedragen aan de passagier. Bij repliek heeft de passagier een kopie van zijn paspoort en een afschrift van het ‘re-assignment form’ formulier overgelegd. Dit formulier is echter niet voorzien van een handtekening namens Airhelp. Voor een rechtsgeldige cessie is vereist dat de akte zowel door de cedent als de cessionaris is ondertekend, zodat onvoldoende is gebleken dat de passagier thans weer over het gepretendeerde vorderingsrecht beschikt. De passagier wordt dan ook niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering.
5.4.
De vervoerder voert voor het eerst bij conclusie van dupliek aan de in de dagvaarding genoemde gemachtigde van de passagier geen volmacht heeft van de passagier om op zijn naam en voor diens risico een procedure aanhangig te maken. De kantonrechter gaat hieraan voorbij aangezien uit het bij repliek door de passagier getekende overgelegde ‘re-assignment formulier’ volgt dat de passagier (nogmaals) een volmacht aan de gemachtigde heeft verstrekt. Niet gebleken is dan ook van misbruik van procesrecht. Op hetgeen verder nog door partijen is aangevoerd zal de kantonrechter niet ingaan omdat dit, ten aanzien van de vordering, niet tot een andere beslissing leidt.
5.5.
De proceskosten komen voor rekening van de passagier, omdat hij niet-ontvankelijk is in zijn vordering.
de tegenvordering
5.6.
De vervoerder voert aan hij materiele schade heeft geleden doordat hij als gevolg van de werkwijze van de gemachtigde, te weten het rauwelijks dagvaarden zonder de benodigde documentatie te overleggen in vele zaken, juridische bijstand heeft moeten inwinnen. De passagier heeft niet schriftelijk gereageerd in de zaak van de tegenvordering, doch zal de kantonrechter, mede gelet op de ongelukkige wijze van procederen door beide partijen, zowel de schriftelijke reactie van de passagier (conclusie van repliek) als de schriftelijke reactie van de vervoerder (conclusie van dupliek) meewegen bij de beoordeling van de tegenvordering.
5.7.
De kantonrechter heeft reeds gelet op hetgeen naar voren is gebracht door partijen inzake de vordering de passagier veroordeeld in de proceskosten. Er is dan ook geen aanleiding om de passagier dan wel zijn gemachtigde inzake hetzelfde feitencomplex te veroordelen tot het betalen van de juridische kosten van de vervoerder. Deze juridische kosten liggen immers al besloten in het (toegewezen) liquidatietarief. De tegenvordering wordt dan ook afgewezen.
5.8.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder. Gelet op de samenhang met de zaak van de vordering en het feit dat de passagier niet heeft gereageerd in de zaak van de tegenvordering, zullen de proceskosten in de tegenvordering aan de kant van de passagier worden begroot op nihil.

6.De beslissing

De kantonrechter:
de vordering
6.1.
verklaart de passagier niet ontvankelijk in zijn vordering;
6.2.
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 248,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
de tegenvordering
6.3.
wijst de tegenvordering af;
6.4.
veroordeelt de vervoerder in de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de passagier begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter