De rechtbank Noord-Holland heeft op 23 november 2021 besloten de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen bij hun gezaghebbende vader te verlengen tot 28 maart 2022. De kinderen zijn uit een verbroken relatie van de ouders en zijn sinds maart 2019 onder toezicht gesteld. De moeder verzet zich tegen de uithuisplaatsing en het opvoedbesluit van de gecertificeerde instelling (GI).
De GI baseert haar verzoek op ernstige zorgen over de veiligheid en opvoedsituatie bij de moeder, waaronder emotieregulatieproblemen en het ontbreken van hulpverlening. De vader verzorgt de kinderen adequaat, maar er zijn zorgen over de emotionele belasting van de kinderen door de echtscheidingsproblematiek. Psychologisch onderzoek toont verschillen in betrouwbaarheid van de verklaringen van de kinderen.
De moeder voert aan dat het opvoedbesluit onvoldoende onderbouwd is en dat er geen onafhankelijk onderzoek is gedaan naar het perspectief van de kinderen. De rechtbank oordeelt dat het perspectief van de kinderen niet zonder meer vaststaat en gelast daarom een nader onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming. De verlenging van de machtiging is noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen, waarbij rust en continuïteit worden gewaarborgd.