ECLI:NL:RBNHO:2021:11670
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling partnerbijdrage en vergoedingsrechten bij echtscheiding zonder verrekenbeding
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen en zonder verrekenbeding. De rechtbank spreekt de echtscheiding uit wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk.
De vrouw verzoekt een partnerbijdrage van 1.957 euro bruto per maand, de man betwist dit en stelt een draagkracht van 466 euro bruto per maand. De rechtbank berekent op basis van de actuele inkomensgegevens en woonlasten een draagkracht van de man van 489 euro bruto per maand en bepaalt dit als partnerbijdrage met ingang van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.
Partijen hebben gezamenlijk een woning gekocht en inboedel aangeschaft die als eenvoudige gemeenschappen worden aangemerkt. De rechtbank oordeelt dat ondanks het ontbreken van een verrekenbeding vergoedingsrechten kunnen ontstaan. De man heeft 91.000 euro privé geïnvesteerd, de vrouw 50.000 euro, en de vrouw heeft een erfenis van 40.000 euro gebruikt voor aflossing van een lening. De rechtbank stelt vast dat de vrouw een vergoedingsrecht van 20.000 euro heeft en de man van 45.500 euro. De man heeft hypotheekpremies betaald, maar de rechtbank oordeelt dat deze kosten als kosten van de huishouding zijn beschouwd en wijst vergoeding daarvan af. De man kan zijn verzoek tot vergoeding van extra huishoudelijke kosten niet onderbouwen.
De rechtbank bepaalt dat de vrouw een bedrag van 500 euro aan de man dient te betalen ter afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan in hoger beroep worden aangevochten.
Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit, bepaalt een partnerbijdrage van € 489 bruto per maand en wijst een vergoeding van € 500 toe ter afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden.