ECLI:NL:RBNHO:2021:11884
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verkrijgingsprijs aandelen na geruisloze inbreng landbouwgrond in BV
Eiser, vennoot in een landbouwmaatschap, bracht in 2015 zijn aandeel in de maatschap in een BV in onder toepassing van de geruisloze inbreng. De verkrijgingsprijs van de aandelen stond ter discussie, specifiek of een kopersvoordeel van €179.209 bij de aankoop van landbouwpercelen in 2010 in aanmerking moest worden genomen.
Verweerder stelde dat de economische eigendom van de percelen pas in 2010 was overgegaan, en dat het verschil tussen de koopsom en de getaxeerde waarde een kopersvoordeel vormde dat niet onder de landbouwvrijstelling viel. Eiser betoogde dat de economische eigendom al in 2007 was verkregen en dat de waarde van de percelen lager was dan de taxatie.
De rechtbank achtte de taxatie van verweerder betrouwbaarder dan de landelijke gemiddelden van eiser en concludeerde dat het kopersvoordeel daadwerkelijk bestond. Verder oordeelde de rechtbank dat de economische eigendom pas in 2010 was overgegaan en dat de waardeverandering een interne oorzaak had, waardoor het voordeel niet onder de landbouwvrijstelling viel.
Daarom werd het beroep van eiser ongegrond verklaard en de verkrijgingsprijs van de aandelen vastgesteld inclusief de correctie voor het kopersvoordeel.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de verkrijgingsprijs van de aandelen vastgesteld inclusief correctie voor het kopersvoordeel.