ECLI:NL:RBNHO:2021:11906
Rechtbank Noord-Holland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde nieuwbouwwoning en het belang van de VON-prijs
Eiseres maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar nieuwbouwwoning uit 2019, die was vastgesteld op €487.000 met waardepeildatum 1 januari 2019. Zij stelde dat de waarde niet hoger mocht zijn dan €442.000, gebaseerd op de vrij-op-naam-prijs (VON-prijs) van de woning, inclusief meerwerk en indexatie. Verweerder handhaafde de waarde op €487.000 en onderbouwde dit met een taxatieverslag en een matrix van vergelijkingsobjecten.
De rechtbank onderzocht of de VON-prijs als uitgangspunt moest gelden. Hoewel de koopprijs tussen niet-gelieerde partijen tot stand kwam, oordeelde de rechtbank dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de VON-prijs niet de waarde in het economische verkeer weerspiegelt. De vergelijkingsobjecten waren voldoende vergelijkbaar qua bouwjaar, type en prijsklasse, en de analyse toonde aan dat de WOZ-waarde per kubieke meter woninginhoud niet te hoog was.
De rechtbank concludeerde dat de waarde van de woning niet te hoog was vastgesteld en dat verweerder terecht aan de VON-prijs voorbijging. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de WOZ-waarde van de woning op €487.000.