Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
- [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] , jeugdzorgwerkers, namens de GI,
- de moeder en de vader (hierna gezamenlijk: de ouders),
- [gezinsbegeleider] , gezinsbegeleider van Stichting De Waerden, als informant,
- [tolk] , tolk gebarentaal ten behoeve van de ouders.
2.De feiten
3.Het verzoek
- de ouders niet aan alle door de GI gestelde bodemeisen voldoen;
- de GI verwacht dat de ouders onvoldoende in staat zijn om in de toekomst opvoedvaardigheden te ontwikkelen die voor [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] noodzakelijk zijn;
- de ouders niet in staat zijn om afspraken / regels toe te passen in andere situaties. De ouders leren context specifiek;
- hulpverlening in het verleden 15 tot 20 uur per week aanwezig is geweest in het gezin en dit niet voldoende was om de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen te kunnen borgen;
- hulpverleners de zorgen delen omtrent de leerbaarheid van de ouders;
- een terug naar huis onderzoek niet aan de orde is, omdat er door de GI geen mogelijkheden worden gezien voor een terugplaatsing bij ouders;
- de aanvaardbare termijn voor jonge kinderen (zes maanden) is verstreken;
- de kinderen behoefte hebben aan duidelijkheid en perspectief.
4.Het standpunt van de ouders
5.De visie van De Waerden
6.De beoordeling
7.De beslissing
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,