Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
de rechtbank begrijpt: stelen). De verdachte bevestigt dat hij te zien is op de camerabeelden van die bewuste nacht, waarvan zich stills in het dossier bevinden, dat zij met een ladder in de weer zijn geweest, dat zij bij de deur van het pand hebben gekeken en met een licht (van een telefoon of een zaklamp) naar binnen hebben geschenen. De verdachte heeft echter van meet af aan ontkend, evenals de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , dat hij in de nacht van 13 juli 2019 bij en in het pand is geweest en daar hennep heeft gestolen.
de rechtbank begrijpt: ruimtes met een hennepplantage) en nog een andere diefstal waarbij andere personen betrokken zijn. Zo wordt in de MMA-melding gesproken over dat er op 15 juli 2019 in de ochtend een zevental personen het pand aan de [adres 1] zouden zijn binnen gegaan en waarbij is gezien dat er hennep in een bus gaat, terwijl ook verschillende hoeveelheden hennepplanten in het dossier worden genoemd (in het algemene relaas gaat het om 367 hennepplanten, terwijl uit het proces-verbaal aantreffen kwekerij wordt gesproken over 450 potten met afgeknipte stengels en wortels).
‘daar toch nooit wordt gepakt’. De wetenschap van de verdachte dat het om een gestolen voertuig ging, ontleent de rechtbank tot slot ook uit de inhoud van een OVC-gesprek op 27 oktober 2019, waarin de verdachte en zijn medeverdachten bespreken hoe de bestelbus kan worden gebruikt bij een voorgenomen diefstal van hennep in [plaats 2] (zaaksdossier 4) en waarin door [medeverdachte 2] in het bijzijn van de verdachte en [medeverdachte 1] wordt gesproken over
‘die gestolen bus’,terwijl de verdachte dan aan zijn medeverdachten te kennen geeft dat hij liever rennend wordt gepakt (
de rechtbank begrijpt: door de politie), dan in een gestolen bus.
16 september 2019 aan [medeverdachte 2] of ze voor [buurt 3] een sleutel kunnen maken. Op 14 oktober 2019 geeft [medeverdachte 2] aan de verdachte en [medeverdachte 1] te kennen dat hij ook een Winkhaus cilinder heeft gekocht voor [buurt 3] . Tot slot maakt de rechtbank uit een OVC-gesprek van 11 november 2019 op dat de verdachten sleutels kunnen namaken door middel van het namaken van de cilinder van de box behorend bij een woning die zij op het oog hebben. Zo is het blijkens het gesprek volgens de medeverdachte [medeverdachte 1] ook gegaan bij het huis met de 650 planten. Dat het hier gaat over het adres [adres 3] te [plaats 3] , leidt de rechtbank af uit het feit dat dit de woning is waar de verdachten ongeveer 650 hennepplanten hebben gestolen.
‘want hoe begonnen we; overal roekeloos inbreken voor een paar meier en het ging steeds beter’. De verdachten maakten gebruik van professionele apparatuur zoals GPS-trackers, peilbakens, camera’s om mensen of panden te kunnen observeren. Ook hielden de verdachten, om uitvoering aan hun plannen te geven, zich bezig met het namaken van sleutels, met lockpicken (dat wil zeggen: het schadevrij sloten openen zonder sleutel) of het met behulp van een slotentrekker uit sloten trekken van cilinders. De medeverdachte [medeverdachte 2] volgde in de tenlastegelegde periode ook een cursus om zich kennelijk verder te bekwamen in het kunnen openbreken van sloten. Verder hebben de verdachten in oktober 2019 een gestolen bus aangeschaft om deze in te zetten bij de diefstal van (grote) hoeveelheden hennep. Bij de geslaagde diefstal van hennep uit de woning op het adres [adres 3] te [plaats 3] , hebben de verdachten ook anderen ingeschakeld om in een woning te [plaats 8] de hennep te (laten) drogen en knippen.
- zoals de verdachten ook zelf hebben aangegeven - de uitvoering niet altijd succesvol was of soms wellicht knullig of amateuristisch genoemd kan worden, maakt dit niet anders. Het bepaalde in artikel 140 Sr Pro betreft immers de verwoording van een zelfstandig strafbaar feit. Van het begaan van dat strafbare feit kan reeds sprake zijn als (nog) geen (andere) strafbare feiten zijn gepleegd, maar wel het oogmerk daartoe bestaat alsmede collectieve deelneming in de zin van het bepaalde in artikel 140 Sr Pro.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
eigenLOVS-oriëntatiepunten en dat is gekeken naar straftoemeting in enigszins vergelijkbare zaken. Bovendien weegt de rechtbank de persoonlijke omstandigheden van de verdachte anders dan de officier van justitie in haar eis heeft gedaan.
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
365 dagen, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot
191 dagen,
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.