ECLI:NL:RBNHO:2021:12119
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde vrijstaande woning met rolstoelaanpassingen
De zaak betrof een geschil over de WOZ-waarde van een vrijstaande woning met een waardepeildatum van 1 januari 2019. Verweerder had de waarde vastgesteld op €885.000, terwijl eiseres een lagere waarde van €843.000 bepleitte vanwege achterstallig onderhoud, asbest, houtrot, lekkages, scheuren, en rolstoelaanpassingen die volgens haar waardedrukkend zouden zijn.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde correct was vastgesteld, met name omdat hij uitging van een te hoge inhoud van de woning en een te hoge waardering van grond waarop een recht van overpad rust. De rolstoelaanpassingen werden niet als waardedrukkend erkend. Ook werd een hogere prijs per vierkante meter voor het perceel met overpad als onjuist beschouwd.
De rechtbank stelde de waarde in goede justitie vast op €869.000 en vernietigde de uitspraak op bezwaar. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiseres. De aanslag onroerendezaakbelasting werd dienovereenkomstig verminderd.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning is vastgesteld op €869.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd.