De passagier vorderde compensatie van de vervoerder Swiss International Air Lines AG wegens annulering van een vlucht van Amsterdam naar Zürich en de daaruit voortvloeiende vertraging op de aansluitende vlucht naar Sao Paolo. De passagier baseerde haar vordering op Verordening (EG) nr. 261/2004, artikel 7, voor een bedrag van € 250,00 plus rente en incassokosten.
De vervoerder verweerde zich door te stellen dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk weersomstandigheden met harde wind die leidden tot gewijzigde slottijden door de luchtverkeersleiding. Hierdoor werd de voorafgaande vlucht vertraagd, wat de aansluitende vlucht onmogelijk maakte vanwege de nachtsluiting van de luchthaven Zürich.
De kantonrechter oordeelde dat de vervoerder voldoende had aangetoond dat de vertraging en annulering het gevolg waren van buitengewone omstandigheden buiten haar macht. Tevens was de passagier omgeboekt naar de eerstvolgende vlucht. Daarom werd de compensatieplicht afgewezen. De proceskosten werden aan de passagier opgelegd.