Op 18 juli 2021 reisde de verdachte met haar echtgenoot en kinderen van Curaçao naar Nederland. Bij aankomst op Schiphol werden in drie koffers, die door de verdachte, haar echtgenoot en hun kinderen werden meegenomen, in totaal 3.748,7 gram cocaïne aangetroffen. Daarnaast had een medeverdachte 902,5 gram cocaïne geslikt. De rechtbank oordeelde dat de verdachte opzet had en medepleger was bij de invoer van deze drugs.
De rechtbank baseerde haar oordeel op verklaringen van de verdachte, haar echtgenoot, een getuige en berichtenverkeer op de telefoon van de verdachte. Uit deze bronnen bleek een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en haar echtgenoot, evenals actieve instructies aan de medeverdachte over het voorkomen van ontdekking.
De verdediging voerde aan dat onvoldoende bewijs bestond voor wetenschap en samenwerking, maar dit werd door de rechtbank verworpen. De ernst van het feit, de grote hoeveelheid cocaïne, het gebruik van minderjarige kinderen bij de invoer en het ontbreken van inzicht bij de verdachte leidden tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden.
De rechtbank hield rekening met eerdere veroordelingen en een reclasseringsrapport. De opgelegde straf zal volledig binnen de penitentiaire inrichting worden uitgevoerd, met aftrek van eerder doorgebrachte voorlopige hechtenis.