ECLI:NL:RBNHO:2021:12224

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 januari 2021
Publicatiedatum
30 december 2021
Zaaknummer
8750390
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gematigde boete wegens te donkere autoruiten ondanks persoonsgebonden vrijstelling

Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat de lichtdoorlatendheid van de voorruit en voorste zijruiten van zijn voertuig minder dan 55% bedroeg, wat niet aan de wettelijke eisen voldeed. Betrokkene voerde aan dat de ramen voorzien waren van een folie die al jaren aanwezig was en dat hij niet wist dat de vrijstelling persoonsgebonden was.

De kantonrechter stelde vast dat de overtreding was bewezen en dat het de verantwoordelijkheid van de bestuurder is dat het voertuig aan de eisen voldoet. Opzet was niet vereist voor het opleggen van de sanctie. Gezien de bijzondere omstandigheden, zoals het langdurig gebruik van het voertuig binnen de familie en het ontbreken van kennis over de persoonsgebonden vrijstelling, matigde de kantonrechter de boete tot nihil.

De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en het door betrokkene betaalde bedrag als zekerheidstelling werd terugbetaald. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.

Uitkomst: Boete wegens te donkere autoruiten wordt gematigd tot nihil en betaalde zekerheidstelling wordt terugbetaald.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 8750390 \ WM VERZ 20-848
CJIB-nummer : 230316077
Uitspraakdatum : 22 januari 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 22 januari 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: de lichtdoorlatendheid van voorruit / voorste zijruiten bedraagt minder dan 55%.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
In de toelichting van het zaakoverzicht verklaart de verbalisant het volgende:
“Ik zag dat op de naast de bestuurder aanwezige zijruiten van het voertuig een folie was aangebracht waardoor deze ruiten er aanmerkelijk donkerder uitzagen dan gebruikelijk voor dit merk en type voertuig. Ik zag dat vanaf de bestuurderszitplaats het zicht door deze ruiten naar buiten ook beduidend minder was dan het zicht dat bij soortgelijke voertuigen gebruikelijk is. De lichtdoorlatendheid van de voorruit en de naast de bestuurdersplaats aanwezige zijruiten mogen niet minder dan 55% mag bedragen. (…)Vervolgens heb ik, met een voor de meting gekalibreerd, NMI gecertificeerd en op de voorgeschreven wijze gebruikt meetmiddel, merk Tintman, de lichtdoorlatendheid van de zijruiten gemeten. De gemiddelde gecorrigeerde waarde bedroeg derhalve: 51% transmittantie, zijnde een waarde die lager is dan de in de regeling voertuigen opgenomen lichtdoorlatendheidseis voor deze ruiten. (…)”
De gedraging is naar het oordeel van de kantonrechter komen vast te staan. De kantonrechter overweegt daartoe dat het de verantwoordelijkheid van de betrokkene als bestuurder is dat het voertuig voldoet aan de gestelde eisen. Voor het betreffende voertuig was alleen een persoonsgebonden vrijstelling. Het verweer dat betrokkene de gedraging niet opzettelijk heeft begaan, treft geen doel. Voor het opleggen van een sanctie bij het begaan van een dergelijke gedraging is immers opzet niet vereist.
De kantonrechter is van oordeel, gelet op de bijzondere situatie, dat de boete gematigd dient te worden tot nihil. Het betreffende voertuig is al ongeveer 18 jaar in de familie. Daarnaast zat al die tijd de folie op de ramen en is betrokkene er nimmer op gewezen dat de vrijstelling voor de folie persoonsgebonden was. Er was dan ook geen aanleiding voor betrokkene om zich te verdiepen in de materie. Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Slijkhuis, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: