Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
2.Feiten en omstandigheden
3.Verzoek
4.Verweer
5.Beoordeling
.
Rechtbank Noord-Holland
Partijen zijn gescheiden en hebben een minderjarig kind met hoofdverblijfplaats bij de man. De man verzoekt een verhoging van de kinderalimentatie en een bijdrage van de vrouw, waarbij hij een fictief inkomen toerekent vanwege het ontbreken van financiële gegevens van haar onderneming.
De rechtbank beoordeelt dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden, waaronder het huidige inkomen van de man en de vrouw, en het feit dat de man drie nieuwe kinderen heeft. De behoefte van het kind wordt vastgesteld op basis van het huidige netto besteedbare inkomen van de man, aangezien het inkomen van de vrouw onvoldoende inzichtelijk is.
De draagkracht van de vrouw wordt berekend op basis van haar loon bij haar huidige werkgever, vermeerderd met toeslagen en een fictieve onregelmatigheidstoeslag. De draagkracht van de man en zijn partner wordt eveneens vastgesteld. De draagkracht wordt naar rato verdeeld over de kinderen, rekening houdend met de zorgkorting van 25%.
De rechtbank besluit dat de vrouw vanaf 12 mei 2021 een kinderalimentatie van €262 per maand aan de man moet betalen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: De vrouw moet vanaf 12 mei 2021 een kinderalimentatie van €262 per maand betalen aan de man.