Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procesverloop
2.De beoordeling
mr. Van Rijn, met dit dossier geen bemoeienis heeft of heeft gehad.
mr. Flipse. In zoverre is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk.
mr. Merkus.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen drie kantonrechters die betrokken zijn bij een handelszaak waarin hij gedaagde is. Het verzoek betrof vermeende onpartijdigheid vanwege het afwijzen van een uitstelverzoek en de wijze waarop eerdere vonnissen waren gewezen.
De wrakingskamer heeft het dossier onderzocht en vastgesteld dat twee van de rechters geen bemoeienis hadden met de zaak, waardoor het verzoek tegen hen niet-ontvankelijk is. Het verzoek tegen de derde rechter, die het uitstelverzoek had afgewezen, werd inhoudelijk beoordeeld.
De kamer oordeelde dat het enkele feit dat een rechter een procesbeslissing neemt, zoals het afwijzen van een uitstel, geen grond voor wraking vormt. Ook ontbraken concrete feiten of omstandigheden die een redelijke vrees voor partijdigheid rechtvaardigen.
Daarom werd het wrakingsverzoek tegen deze rechter kennelijk ongegrond verklaard. De zaak wordt voortgezet in de stand van 21 december 2021, en tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard, waarna de hoofdzaak wordt voortgezet.