ECLI:NL:RBNHO:2021:12388
Rechtbank Noord-Holland
- Verzet
- T. van Opzeeland
- T.N. van Rijn
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens niet-ontvangen griffierechtnota bij belastingzaak
De rechtbank Noord-Holland behandelde het verzet van opposant tegen de uitspraak van rechtbank Den Haag, die het beroep kennelijk niet-ontvankelijk had verklaard wegens het niet betalen van griffierecht. Opposant stelde dat hij de betalingsherinnering niet had ontvangen omdat hij op het moment van uitreiking in het buitenland verbleef en er niemand anders thuis was om het poststuk aan te nemen.
De rechtbank Den Haag had het verzet ongegrond verklaard op basis van gegevens van PostNL waaruit bleek dat voor ontvangst was getekend. Opposant ging in cassatie tegen deze beslissing. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak en verwees de zaak terug naar rechtbank Noord-Holland voor verdere behandeling.
De rechtbank Noord-Holland overwoog dat de Hoge Raad een soepel criterium hanteert bij de controle van de aanbieding van aangetekende post, waarbij het voldoende is dat de ontvangst redelijkerwijs kan worden betwijfeld. Opposant heeft aannemelijk gemaakt dat hij de betalingsherinnering niet heeft ontvangen, omdat hij in het buitenland was en ook buren of anderen het poststuk niet hebben aangenomen. Waarschijnlijk heeft een onbekende derde voor ontvangst getekend.
Daarom verklaarde de rechtbank het verzet gegrond en herstelde de ontvankelijkheid van het beroep van opposant.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard omdat opposant aannemelijk heeft gemaakt dat de griffierechtnota niet is ontvangen.