ECLI:NL:RBNHO:2021:12388

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
8 december 2021
Publicatiedatum
7 januari 2022
Zaaknummer
HAA- 21/2254
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond wegens niet-ontvangen griffierechtnota bij belastingzaak

De rechtbank Noord-Holland behandelde het verzet van opposant tegen de uitspraak van rechtbank Den Haag, die het beroep kennelijk niet-ontvankelijk had verklaard wegens het niet betalen van griffierecht. Opposant stelde dat hij de betalingsherinnering niet had ontvangen omdat hij op het moment van uitreiking in het buitenland verbleef en er niemand anders thuis was om het poststuk aan te nemen.

De rechtbank Den Haag had het verzet ongegrond verklaard op basis van gegevens van PostNL waaruit bleek dat voor ontvangst was getekend. Opposant ging in cassatie tegen deze beslissing. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak en verwees de zaak terug naar rechtbank Noord-Holland voor verdere behandeling.

De rechtbank Noord-Holland overwoog dat de Hoge Raad een soepel criterium hanteert bij de controle van de aanbieding van aangetekende post, waarbij het voldoende is dat de ontvangst redelijkerwijs kan worden betwijfeld. Opposant heeft aannemelijk gemaakt dat hij de betalingsherinnering niet heeft ontvangen, omdat hij in het buitenland was en ook buren of anderen het poststuk niet hebben aangenomen. Waarschijnlijk heeft een onbekende derde voor ontvangst getekend.

Daarom verklaarde de rechtbank het verzet gegrond en herstelde de ontvankelijkheid van het beroep van opposant.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard omdat opposant aannemelijk heeft gemaakt dat de griffierechtnota niet is ontvangen.

Uitspraak

Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 21/2254
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige verzetkamer van 8 december 2021 op het verzet van

[opposant] , wonende te [woonplaats] , opposant(gemachtigde: drs. W.M.A.M. Herbers),

tegen de uitspraak van rechtbank Den Haag in zijn zaak tegen

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 december 2021. Opposant is verschenen. Verweerder is, met bericht, niet-verschenen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.

Overwegingen

Aan deze uitspraak liggen de navolgende overwegingen ten grondslag.
Rechtbank Den Haag heeft op 28 november 2019 (SGR 19/5356) het beroep van opposant kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het uitblijven van betaling van het griffierecht. Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gekomen. Opposant stelt de herinnering voor het betalen van griffierecht niet te hebben ontvangen. Rechtbank Den Haag heeft het verzet ongegrond verklaard omdat blijkens gegevens van PostNL voor ontvangst van de betalingsherinnering is getekend.
Opposant heeft cassatie ingesteld tegen de ongegrondverklaring van zijn verzet. De Hoge Raad heeft bij uitspraak van 7 mei 2021 (ECLI:NL:HR:2021:705) de uitspraak op verzet vernietigd en de zaak doorverwezen naar rechtbank Noord-Holland ter verdere behandeling van het verzet.
De rechtbank overweegt dat de Hoge Raad in ontvankelijkheidskwesties bij het controleren van de aanbieding van aangetekende post een tamelijk soepel criterium hanteert. Het is voldoende dat ontvangst van het poststuk redelijkerwijs kan worden betwijfeld.
Opposant heeft gesteld dat de betalingsherinnering niet bij hem thuis kan zijn uitgereikt omdat hij op het moment van uitreiking in het buitenland was en er verder niemand thuis was. Naar het oordeel van de rechtbank heeft opposant aannemelijk gemaakt de betalingsherinnering niet te hebben ontvangen. De rechtbank acht het aannemelijk dat opposant in het buitenland was en dat ook de buren of een ander die op het huis van opposant paste, het poststuk niet hebben aangenomen. Hoogstwaarschijnlijk heeft een onbekende derde voor ontvangst van het poststuk getekend.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.
griffier rechter
mr. T. van Opzeeland mr. T.N. van Rijn
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.