Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2021:12447

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 november 2021
Publicatiedatum
12 januari 2022
Zaaknummer
9455152 WM
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete wegens parkeren zonder duidelijk geplaatste parkeerschijf bij blauwe streep

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het parkeren van een motorvoertuig met meer dan twee wielen bij een blauwe streep zonder een duidelijk geplaatste parkeerschijf. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete, maar de officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk. Vervolgens werd het beroep voorgelegd aan de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 12 november 2021 verschenen zowel de gemachtigde van betrokkene als de vertegenwoordiger van de officier van justitie. De kantonrechter beoordeelde de verklaring van de verbalisant en de overgelegde foto’s waarop de parkeerschijf gedeeltelijk zichtbaar was, maar de aankomsttijd niet. De kantonrechter oordeelde dat deze stukken voldoende bewijs vormden dat de overtreding had plaatsgevonden.

Betrokkene voerde onvoldoende feiten aan om twijfel te zaaien over de verklaring van de verbalisant. Ook werd geen reden gezien om de boete te matigen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek tot proceskostenvergoeding afgewezen. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter B. Voogd en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens het ontbreken van een duidelijk geplaatste parkeerschijf wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9455152 \ WM VERZ 21-488
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 19 november 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Appjection B.V. (mr. M. Lagas)

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 november 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij blauwe streep terwijl niet voorzien van een duidelijk geplaatste parkeerschijf.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Gemachtigde van betrokkene voert aan dat de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht geen ambtsedige verklaring is. Volgens vaste rechtspraak kan de vaststelling dat een gedraging is verricht ook op een niet-ambtsedige verklaring van een verbalisant kan worden gebaseerd. Dit verweer van gemachtigde treft dan ook geen doel.
In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen.
Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:
“(…) Opmerking ambtenaar 1: Tijdschijf niet goed leesbaar op het dashboard maximaal drie uren parkeren(…)”
Op verzoek van de officier van justitie heeft de verbalisant ook foto’s overgelegd van de gedraging.
Op de foto’s die de verbalisant heeft overgelegd is zichtbaar dat de schijf voor de helft te zien is en de aankomsttijd niet zichtbaar is. De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de foto’s – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Nu het beroep ongegrond wordt verklaard ziet de kantonrechter geen aanleiding om proceskosten toe te kennen.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek op vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: