Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, die lijdt aan een gevorderd dementiesyndroom. De rechtbank hield op 23 december 2021 een mondelinge behandeling via videoverbinding vanwege COVID-19 maatregelen, waarbij betrokkene, haar advocaat, een geriater, een arts in opleiding en een verpleegkundige werden gehoord.
De rechtbank beoordeelde of de medische verklaring van een klinisch geriater voldeed aan de eisen van de Wet zorg en dwang (Wzd). Gezien de expertise van de klinisch geriater achtte de rechtbank deze als ter zake kundig arts. Uit de stukken en de zitting bleek dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar aandoening, waaronder risico op lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang.
De opname en het verblijf werden noodzakelijk geacht om dit ernstig nadeel te voorkomen, waarbij geen minder ingrijpende maatregelen mogelijk waren. Betrokkene verzette zich tegen opname, wat gezien het ziektebeeld en eerdere opnames reëel werd geacht. De rechtbank verleende daarom de machtiging voor zes maanden, tot en met 23 juni 2022.