Uitspraak
1.Het procesverloop
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- mevrouw [A] , namens de Raad;
Rechtbank Noord-Holland
De kinderrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 29 december 2021 besloten om een 8-jarige minderjarige onder toezicht te stellen voor de duur van zes maanden. De minderjarige kampt met een ontwikkelingsachterstand en een beperking als gevolg van een premature geboorte, waardoor zij zeer kwetsbaar is. Er zijn zorgen over haar geborgenheid en signalen van overbescherming door de ouders, die haar regelmatig thuishouden van school uit angst voor ziekte.
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de ondertoezichtstelling omdat de vrijwillige hulpverlening onvoldoende effect had door de zorgmijdende houding van de ouders. Daarnaast zijn er meldingen van huiselijk geweld in aanwezigheid van de minderjarige en onduidelijkheid over het psychisch welzijn van de moeder. De moeder erkent de zorgen niet en stelt open te staan voor hulpverlening in het vrijwillige kader.
De kinderrechter acht een gedwongen kader noodzakelijk om binnen de korte termijn van zes maanden zicht te krijgen op de thuissituatie en om noodzakelijke hulpverlening, waaronder opvoedondersteuning, in te zetten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep kan worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht voor zes maanden wegens ernstige bedreiging van haar ontwikkeling en zorgmijding door de ouders.