Uitspraak
,
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Standpunten van betrokkenen
5.De beoordeling
6.De beslissing
Amsterdam
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland heeft op 30 december 2021 uitspraak gedaan in een zaak betreffende drie minderjarige kinderen die voorlopig onder toezicht zijn gesteld vanwege zorgen over hun verzorging en opvoeding. De Raad voor de Kinderbescherming had verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader voor de duur van drie maanden, nadat een spoedmachtiging was verleend.
Tijdens de zitting bleek dat de Raad onvoldoende concrete feiten en omstandigheden had aangeleverd om de acute onveilige situatie bij de moeder en de veiligheid bij de vader te onderbouwen. De rapporten van de Raad bevatten aannames en stellingen die niet konden worden getoetst vanwege gebrek aan feitelijke onderbouwing. Ook was onduidelijk hoe de financiële situatie en gokproblemen van de vader waren meegewogen.
De moeder stelde dat de kinderen aangaven geslagen te zijn door de vader en zijn moeder, hetgeen niet adequaat was onderzocht. De kinderrechter oordeelde dat de beschikbare informatie onvoldoende was om de machtiging uithuisplaatsing in stand te houden en heeft de spoedmachtiging opgeheven. De voorlopige ondertoezichtstelling blijft gehandhaafd. De vader is opgedragen de kinderen terug te brengen naar de moeder, met begeleiding van de Jeugd- & Gezinsbeschermers.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader wordt afgewezen en de spoedmachtiging opgeheven, terwijl de voorlopige ondertoezichtstelling gehandhaafd blijft.