ECLI:NL:RBNHO:2021:12656

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
21 december 2021
Publicatiedatum
9 februari 2022
Zaaknummer
C/15/323161 FT RK 21/853
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EG) 2015/848Art. 287 lid 4 Faillissementswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling ondanks ontruimingsdreiging verhuurder

Schuldenares heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank Noord-Holland beoordeelde dit verzoek op 21 december 2021. Uit het verzoek bleek dat schuldenares een minnelijke schuldregeling had doorlopen waarbij alle schuldeisers akkoord waren gegaan met de aangeboden regeling.

De verhuurder, Sura International, had op grond van een vonnis uit december 2020 het recht om de woning te ontruimen en kondigde aan deze ontruiming door te zetten, ondanks haar instemming met de betalingsregeling. Schuldenares wilde via het verzoek tot toelating tot de WSNP de ontruiming tegenhouden.

De rechtbank oordeelde echter dat toelating tot de WSNP alleen mogelijk is indien redelijkerwijs te voorzien is dat de schuldenaar niet kan voortgaan met betalen of reeds is gestopt met betalen. Dit was niet het geval omdat de minnelijke regeling succesvol was afgerond. Daarom werd het verzoek afgewezen. De rechtbank benadrukte dat de WSNP niet het juiste middel is om een ontruiming tegen te houden.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak, uitsluitend via een advocaat bij het gerechtshof. De uitspraak werd gedaan door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen omdat de minnelijke schuldregeling is geslaagd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer: C/15/323161 FT
RK 21/853
vonnis van 21 december 2021
op het verzoek van:
[schuldenares],
geboren op [datum] te [plaats 1] (Polen),
wonende te [plaats 2],
schuldenares.

1.De procedure

1.1
Op 14 december 2021 is ter griffie van deze rechtbank binnengekomen het verzoekschrift met bijlagen van schuldenares strekkende tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

2.De beoordeling

2.1
De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Pro Verordening (EG) 2015/848 betreffende insolventieprocedures van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van schuldenares in Nederland ligt.
2.2
Een natuurlijk persoon kan alleen tot de wettelijke schuldsaneringsregeling worden toegelaten als redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of als hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. Daarvan is voor wat betreft schuldenares geen sprake. Uit het verzoekschrift blijkt immers dat de minnelijke schuldregeling is doorlopen en dat alle schuldeisers akkoord zijn gegaan met de aangeboden regeling. In dat geval is toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling niet mogelijk (en overigens ook niet wenselijk). Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.
2.3.
Die beslissing wordt door het volgende niet anders. Sura International, die een woning aan schuldenares verhuurt en op grond van een vonnis van 3 december 2020 deze woning mag ontruimen, heeft aangekondigd die ontruiming alsnog door te zetten, hoewel Sura International akkoord is gegaan met de aangeboden betalingsregeling. Hoewel de aangekondigde ontruiming niet goed samen lijkt te gaan met de instemming van Sura International met de betalingsregeling, is toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling in dit geval niet het middel om de ontruiming tegen te houden.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1
wijst het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 21 december 2021. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.