ECLI:NL:RBNHO:2021:12695
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor niet tonen identiteitsbewijs tijdens demonstratie wegens ontbreken noodzakelijkheid
Op 13 november 2020 nam de verdachte deel aan een kleine demonstratie in het centrum van Alkmaar tegen de figuur van Zwarte Piet. Tijdens de demonstratie werd zij door politieambtenaren gevraagd haar identiteitsbewijs te tonen, maar zij had dit niet bij zich. De officier van justitie vorderde een veroordeling wegens het niet voldoen aan de identificatieplicht.
De verdediging betoogde dat de politie geen concrete aanleiding had om de demonstranten staande te houden en dat het verzoek tot identificatie een ongeoorloofde vorm van overheidsintimidatie was. De kantonrechter oordeelde dat de officier van justitie ontvankelijk was in de vervolging, maar dat het verzoek tot inzage in het identiteitsbewijs niet noodzakelijk was voor de redelijke taakuitoefening van de politie.
Uit videomateriaal bleek dat de demonstratie beperkt was tot vier personen, zonder verstoring of dreiging van de openbare orde. Het gebruik van een megafoon en het roepen van teksten in een winkelstraat vormde geen voldoende grond voor het vorderen van inzage in het identiteitsbewijs. De kantonrechter vernietigde daarom de strafbeschikking en sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde feit.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van het niet tonen van een identiteitsbewijs omdat het verzoek niet noodzakelijk was voor redelijke taakuitoefening.