Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[Gedaagde sub2]
[Gedaagde sub3]
1.Het procesverloop
2.De feiten
“het gehuurde, uitsluitend bestemd en te gebruiken voor bewoning door: (…) Fam. [Gedaagde sub2] (5 personen)”.
Rechtbank Noord-Holland
Eiser heeft een huurovereenkomst met gedaagden betreffende een woning gesloten, die na een initiële periode van zes maanden voor onbepaalde tijd werd verlengd. Gedaagden hebben de woning vanaf november 2020 verlaten, maar een van hen keerde begin maart 2021 terug. Eiser vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wegens onder meer onrechtmatige verbouwing van de schuur, gebrekkige elektra-installatie die brandgevaar oplevert, en ernstige overlast.
Gedaagden betwisten de vordering en stellen dat zij recht op huurbescherming hebben, ontkennen schade en overlast, en voeren slecht verhuurderschap aan. Tijdens de zitting verschenen twee gedaagden niet persoonlijk, waardoor hun stellingen niet konden worden getoetst en de kantonrechter de stellingen van eiser als juist aanneemt.
De kantonrechter oordeelt dat het langdurige verblijf van een ex-partner in strijd is met de huurovereenkomst, dat de verbouwing zonder toestemming en de gevaarzetting onaanvaardbaar zijn, en dat gedaagden hun hoofdverblijf elders hebben. De vordering tot ontbinding en ontruiming wordt toegewezen, terwijl de tegenvordering wordt afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing en belang.
De kantonrechter veroordeelt gedaagden tot ontruiming binnen vijf dagen, betaling van proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming binnen vijf dagen.