ECLI:NL:RBNHO:2021:12955

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
24 december 2021
Publicatiedatum
4 juni 2024
Zaaknummer
C/15/314172 / FA RK 21-1287
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 820 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling van gemeenschap van goederen bij echtscheiding met nevenvoorzieningen

De rechtbank Noord-Holland heeft op 24 december 2021 uitspraak gedaan in een echtscheidingszaak waarbij de verdeling van de gemeenschap van goederen centraal stond. Eerder was de echtscheiding uitgesproken en het verzoek tot pensioenverevening afgewezen. De rechtbank stelde partijen in de gelegenheid om hun standpunten en taxatierapporten over diverse gemeenschappelijke goederen in te dienen.

Partijen bereikten overeenstemming over de toedeling van twee woningen, waarbij de man de woning aan een adres toegewezen kreeg onder de voorwaarde dat de vrouw wordt ontslagen uit hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek. De vrouw kreeg de andere woning toegewezen. Verder werden de poppenverzameling, diverse bankrekeningen, auto's en een boot verdeeld, waarbij financiële verrekeningen plaatsvonden om de gelijke verdeling te waarborgen.

De rechtbank legde ook vast dat de kosten van de taxaties door partijen gedeeld worden en dat de man de advocaatkosten vergoedt die hij uit de aan de vrouw toebedeelde spaarrekeningen had voldaan. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en bevat een gedetailleerde opsomming van de toebedeling en de verschuldigde bedragen tussen partijen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de verdeling van de gemeenschap van goederen toe volgens de gemaakte afspraken en taxatiewaarden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
zaaknummer / rekestnummer: C/15/314172 / FA RK 21-1287 en C/15/315803 / FA RK 21-2118
Beschikking d.d. 24 december 2021 betreffende de echtscheiding
in de zaak van:
[de man] ,
wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. P.P.J.L. Appelman, gevestigd te Alkmaar,
tegen
[de vrouw] ,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. M. van der Himst, gevestigd te Den Helder.

1.De verdere procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- de beschikking van deze rechtbank van 7 september 2021 en de daarin genoemde stukken;
- de akte, met bijlagen, van de advocaat van de vrouw van 18 oktober 2021;
- de akte, met bijlagen, van de advocaat van de man van 19 oktober 2021.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Bij beschikking van 7 september 2021 heeft de rechtbank de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en het verzoek van de vrouw tot pensioenverevening afgewezen. De rechtbank heeft de beslissing omtrent de verdeling van de tussen partijen bestaande gemeenschap aangehouden en bepaald dat partijen de rechtbank uiterlijk 19 oktober 2021 schriftelijk dienen te berichten omtrent de uitkomst van de taxaties van de woningen, de poppenverzameling, de auto van het type Fiat 850 en de boot van het type J22 (inclusief trailer), alsmede hun standpunt over de wijze waarop deze bestanddelen moeten worden verdeeld tussen partijen
2.2.
De vrouw en de man hebben de rechtbank bij akten van 18 respectievelijk 19 oktober 2021 geïnformeerd conform bovengenoemde opdracht.
2.3.
Verdeling
2.3.1.
Bij de beoordeling van de verdeling zal worden voorgebouwd op de beschikking van 7 september 2021. Bij de te behandelen bestanddelen van de gemeenschap zal dezelfde nummering worden gehanteerd als in die beschikking.
1.
De woning aan [adres] en de daarop rustende hypothecaire lening bij de Rabobank en de woning aan [adres]
2.3.2.
Ten aanzien van de woning te [plaats] hebben partijen overeenstemming bereikt over het volgende. De woning zal aan de man worden toebedeeld, onder de voorwaarde dat de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid zal worden ontslagen door de hypotheekverstrekker. De man zal de notariskosten voor de levering van de woning aan hem voldoen. De woning is getaxeerd op € 475.000, zoals blijkt uit het overgelegde taxatierapport van [makelaarskantoor] te [plaats] van 31 augustus 2021. Op de woning rust een hypotheek van € 80.000 bij de Rabobank met nummer [nummer] . De overwaarde bedraagt daarom € 395.000. Aan de vrouw komt toe de helft van deze overwaarde, zijnde € 197.500.
2.3.3.
Ten aanzien van de woning te [plaats] hebben partijen overeenstemming bereikt over het volgende. De woning zal aan de vrouw worden toebedeeld. De vrouw zal de notariskosten voor de levering van de woning aan haar voldoen. De woning is getaxeerd op € 235.000, zoals blijkt uit het overgelegde taxatierapport van [makelaarskantoor] van 9 september 2021. Op de woning rust geen hypotheek.
Aan de man komt toe de helft van de (over)waarde, zijnde € 117.500.
3.
Poppenverzameling
2.3.4.
Partijen zijn overeengekomen dat de poppen aan de vrouw zullen worden toebedeeld, en dat zij de helft van de waarde van de poppen aan de man dient te voldoen. Partijen hebben de waarde van de poppen bepaald op € 1.500.
De vrouw dient derhalve een bedrag van € 750 aan de man te voldoen.
4.
Bankrekeningen en lijfrentepolis
2.3.5.
Bij beschikking van 7 september 2021 heeft de rechtbank de afspraak van partijen opgenomen dat de bankrekening bij de Rabobank met rekeningnummer [nummer] op naam van partijen zal worden toebedeeld aan de man. De rechtbank zal bepalen dat het saldo van deze bankrekening per peildatum bij helfte moet worden verdeeld tussen partijen. Het saldo per peildatum bedroeg € 3.079,44.
De man dient derhalve een bedrag van € 1.539,72 aan de vrouw te voldoen.
2.3.6.
Bij beschikking van 7 september 2021 heeft de rechtbank eveneens de afspraak van partijen opgenomen dat de bankrekeningen bij de Rabobank met de rekeningnummers:
o [nummer] ;
o [nummer] ;
o [nummer] ;
zullen worden toebedeeld van de vrouw, dat het totaalsaldo per peildatum € 91.639,76 bedroeg en de vrouw de helft hiervan, zijnde een bedrag van € 45.819,88, aan de man dient te voldoen.
2.3.7.
Ten aanzien van de op naam van de vrouw staande bankrekening bij de Rabobank met rekeningnummer [nummer] , dient de vrouw, zoals overwogen onder 2.3.16. van de beschikking van 7 september 2021, inzage te verlenen in het saldo per peildatum (9 maart 2021) van deze bankrekening en dient zij de helft van dit saldo aan de man te voldoen.
6.
Auto’s
2.3.8.
Met betrekking tot de Fiat 850 zijn partijen overeengekomen dat deze auto aan de man zal worden toebedeeld en dat hij de helft van de waarde aan de vrouw dient te voldoen. Uit het overgelegde taxatierapport blijkt dat de auto een waarde heeft van € 3.500.
De man dient derhalve een bedrag van € 1.750 aan de vrouw te voldoen.
2.3.9.
Met betrekking tot de verdeling van de overige auto’s zijn partijen tot overeenstemming gekomen als volgt:
Aan de man wordt toebedeeld:
  • Honda CRV, waarde € 8.500;
  • Austin Healey Sprite, verkoopopbrengst € 7.750;
  • Opel Rekord, verkoopopbrengst € 5.150;
De man dient de helft van de waarde, te weten: € 10.700 (€ 4.250 + € 3.875 + € 2.575) aan de vrouw te voldoen.
7.
Boten
2.3.10.
Partijen zijn overeengekomen dat de J22 inclusief trailer aan de man zal worden toebedeeld en dat hij de helft van de waarde aan de vrouw dient te voldoen. Volgens partijen is de J22 inclusief trailer getaxeerd op een bedrag van € 2.600.
De man dient derhalve een bedrag van € 1.300 aan de vrouw te voldoen.
Taxatiekosten
2.3.11.
Partijen hebben afgesproken dat zij de kosten van de uitgevoerde taxaties bij helfte zullen delen. De man heeft voldaan de kosten van de taxatie van de Fiat 850 ad € 170 en de kosten van de taxatie van de woning te [plaats] ad € 550. De vrouw heeft voldaan de kosten van de taxatie van de woning te [plaats] ad € 450. Daarom dient de vrouw bedragen van € 85 en € 275 aan de man te voldoen en de man een bedrag van € 225 aan de vrouw.
Na verrekening dient de vrouw een bedrag van € 135 aan de man te voldoen.
Advocaatkosten
2.3.12.
Tussen partijen is niet in geschil dat de man € 6.177,05 heeft opgenomen van de aan de vrouw toe te delen spaarrekeningen om zijn advocaatkosten te voldoen. De man heeft aangegeven dat hij bereid is om dit bedrag aan de vrouw te vergoeden.
Dienovereenkomstig zal worden beslist.
Conclusie
2.3.13.
Aan de man zullen de volgende goederen worden toebedeeld:
  • de woning aan [adres] ad € 475.000 en de daaraan verbonden hypothecaire geldlening ad € 80.000, onder de voorwaarde dat de vrouw door de hypotheekverstrekker uit de hoofdelijke aansprakelijkheid zal worden ontslagen;
  • de bankrekening met nummer [nummer] ;
  • de verkoopopbrengst van de Austin Healey Sprite ad € 7.750;
  • de verkoopopbrengst van de Opel Rekord ad € 5.150;
  • de Honda CRV ad € 8.500;
  • de Fiat 850 ad € 3.500;
  • de J22 inclusief trailer ad € 2.600.
2.3.14.
Aan de vrouw zullen de volgende goederen worden toebedeeld:
  • de woning aan [adres] ad € 235.000;
  • de poppenverzameling ad € 1.500;
  • de bankrekeningen met nummers:
o [nummer] ;
o [nummer] ;
o [nummer] ;
o [nummer] , welke laatste drie genoemde bankrekeningen een saldo hebben van in totaal € 91.639,76.
2.3.15.
De man is uit hoofde van de wijze van verdeling de volgende bedragen aan de vrouw verschuldigd:
  • woning te [plaats] € 197.500
  • bankrekening [nummer] € 1.539,72
  • Austin Healey Sprite € 3.875
  • Opel Rekord € 2.575
  • Honda CRV € 4.250
  • Fiat 850 € 1.750
  • J22 inclusief trailer € 1.300
  • Advocaatkosten € 6.177,05
  • Totaal € 218.966,77
2.3.16.
De vrouw is uit hoofde van de wijze van verdeling de volgende bedragen aan de man verschuldigd:
  • woning te [plaats] € 117.500
  • poppenverzameling € 750
  • bankrekeningen € 45.819,88
o [nummer]
o [nummer]
o [nummer]
  • Taxatiekosten € 135
  • Totaal € 164.204,88
2.3.17.
Daarnaast dient de vrouw, zoals overwogen onder 2.3.16. van de beschikking van 7 september 2021, inzage te verlenen in het saldo per peildatum (9 maart 2021) van haar bankrekening bij de Rabobank met rekeningnummer [nummer] , en dient zij de helft van dit saldo aan de man te voldoen.
3. De beslissing
De rechtbank:
3.1.
gelast de wijze van verdeling op de wijze zoals is overwogen onder
2.3. Verdeling;
3.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
3.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.W.M. de Wolf MSM, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. J. Leertouwer op 24 december 2021.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden en overeenkomstig artikel 820 lid 2 Rv Pro openlijk bekend is gemaakt.