ECLI:NL:RBNHO:2021:1414
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorzieningen alimentatie bij echtscheiding en kostenveroordeling vrouw
De vrouw verzocht de rechtbank voorlopige voorzieningen te treffen op grond van artikel 223 Rv Pro voor verhoging van kinder- en partnerbijdrage tijdens de echtscheidingsprocedure. De rechtbank overwoog dat de wetgever met de artikelen 821-826 Rv een uitputtende regeling heeft getroffen voor voorlopige voorzieningen bij echtscheiding, waardoor een verzoek op grond van artikel 223 Rv Pro niet ontvankelijk is.
De man voerde verweer en stelde dat de vrouw geen gewijzigde omstandigheden had aangetoond en dat het verzoek juridisch ongegrond was. De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde de vrouw niet-ontvankelijk. Tevens oordeelde de rechtbank dat de vrouw misbruik van procesrecht had gemaakt door de procedure voort te zetten ondanks het ontbreken van een juridische grondslag.
Hierdoor werd de vrouw veroordeeld in de werkelijke proceskosten van de man, inclusief nakosten, en werd overwogen dat de advocaat van de vrouw mogelijk deze kosten voor zijn rekening kan nemen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: Vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek voorlopige voorzieningen en veroordeeld in de proceskosten van de man wegens misbruik van procesrecht.