AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Aanhouding zaak wegens ontbreken bewijs van internationale betekening volgens Haags Betekeningsverdrag
Eiser, curator in het faillissement van Tempestaete Beheer B.V., heeft een dagvaarding betekend aan het parket van het openbaar ministerie met het verzoek tot internationale betekening aan gedaagde in Monaco. Daarnaast is een afschrift per aangetekende post naar het adres van gedaagde verzonden.
Gedaagde is niet verschenen in de procedure. De rechtbank stelt vast dat het Haags Betekeningsverdrag van toepassing is en dat volgens artikel 15 lid 1 vanPro het verdrag betekening of kennisgeving moet voldoen aan strikte voorwaarden, waaronder dat de betekening of kennisgeving moet zijn geschied op een wijze die de verweerder gelegenheid geeft tot verweer.
Eiser heeft echter geen bewijs overgelegd dat aan deze voorwaarden is voldaan. De rechtbank merkt op dat verzending per aangetekende post niet voldoet omdat Monaco zich heeft verzet tegen rechtstreekse postbetekening. Daarom wordt de zaak aangehouden tot 24 maart 2021 om eiser de gelegenheid te geven alsnog het vereiste bewijs te leveren.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden tot 24 maart 2021 om bewijs van correcte betekening te leveren.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
Zittingsplaats Alkmaar
zaaknummer / rolnummer: C/15/312546 / HA ZA 21-46
Vonnis van 24 februari 2021
in de zaak van
ARTHUR JOHANNES JACOBUS SWEENS,in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Tempestaete Beheer B.V.,
kantoorhoudende te Den Helder,
eiser,
advocaat mr. A.J.J Sweens,
tegen
[gedaagde],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
niet verschenen.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 10 september 2020.
1.2.
Vonnis is bepaald op heden.
2.De beoordeling
2.1.
Eiser heeft een exploot van dagvaarding aangebracht ter inschrijving voor de rolzitting van 27 januari 2021. De dagvaarding is op 10 september 2020 betekend aan het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie bij de rechtbank Noord-Holland met verzoek om betekening te doen plaatsvinden overeenkomstig de artikelen 3-6 van het Haags Betekeningsverdrag 1965. De deurwaarder heeft daarnaast een afschrift van het exploot per aangetekende post verzonden aan het adres van gedaagde in [woonplaats] .
2.2.
Gedaagde is niet verschenen.
2.3.
Het Haags Betekeningsverdrag 1965 (hierna: het Verdrag) is van toepassing.
2.4.
Artikel 15 lid 1 vanPro het Verdrag bepaalt dat in het geval van een niet verschenen verweerder (gedaagde) de rechtbank de beslissing aanhoudt totdat gebleken is dat:
“a) hetzij van het stuk betekening of kennisgeving is gedaan met inachtneming van de vormen in de wetgeving van de aangezochte Staat voorgeschreven voor de betekening of de kennisgeving van stukken die in dat land zijn opgemaakt en bestemd zijn voor zich op het grondgebied van dat land bevindende personen,
b) hetzij het stuk aan de verweerder in persoon of aan zijn woonplaats is afgegeven op een andere in dit Verdrag geregelde wijze, en dat de betekening of de kennisgeving, onderscheidenlijk de afgifte zo tijdig is geschied dat de verweerder gelegenheid heeft gehad verweer te voeren.”
2.5.
Eiser heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat aan de voorwaarden van artikel 15 lid 1 vanPro het Verdrag is voldaan. Dit betekent dat de rechtbank de behandeling van de zaak zal aanhouden om eiser in de gelegenheid te stellen alsnog stukken over te leggen waaruit blijkt dat:
hetzij betekening of kennisgeving is gedaan overeenkomstig artikel 15 lid 1 sub a vanPro het Verdrag,
hetzij afgifte is gedaan overeenkomstig artikel 15 lidPro sub b van het Verdrag,
en dat de betekening, kennisgeving of afgifte zo tijdig is geschied dat gedaagde gelegenheid heeft gehad verweer te voeren.
2.6.
De rechtbank merkt nog op dat in deze zaak de verzending per aangetekende post geen vervulling op kan leveren van de voorwaarde van artikel 15 lid 1 sub b vanPro het Verdrag. De reden is dat Monaco zich bij verklaring als bedoeld in artikel 10 vanPro het Verdrag heeft verzet tegen de bevoegdheid van rechtstreekse verzending van gerechtelijke stukken per post.
3.De beslissing
De rechtbank
3.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 24 maart 2021voor het nemen van een akte door eiser over hetgeen is vermeld onder 2.5,
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.J. Straathof en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2021. [1]