Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vordering
4.De beoordeling
5.De beslissing
3 april 2019 met zaaknummer 7382912 \ CV EXPL 18-10665;
Rechtbank Noord-Holland
Passagiers vorderden compensatie wegens een vertraging van meer dan drie uur op een vlucht van Schiphol naar Nador op 25 december 2016. De vervoerder verweerde zich met het beroep op buitengewone omstandigheden, waaronder slechte weersomstandigheden en schade veroorzaakt door een onrustige passagier.
De rechtbank stelde vast dat de weersomstandigheden, waaronder mist met zichtwaarden onder het minimum, een buitengewone omstandigheid vormden die de vertraging deels veroorzaakte. De vervoerder kon dit voldoende onderbouwen met METAR-gegevens. De schade aan een ruit veroorzaakt door een onrustige passagier werd echter onvoldoende bewezen en valt binnen de normale bedrijfsrisico's van een luchtvaartmaatschappij.
De totale vertraging bedroeg tien uur, waarvan ruim een uur werd toegerekend aan de weersomstandigheden. De resterende vertraging van bijna negen uur kon niet worden toegerekend aan een buitengewone omstandigheid. De rechtbank verklaarde het verzet van de vervoerder ongegrond en bevestigde het verstekvonnis dat de vervoerder tot betaling van compensatie veroordeelde.
Uitkomst: Het verzet van de vervoerder wordt ongegrond verklaard en het verstekvonnis tot betaling van compensatie aan passagiers blijft in stand.