Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 februari 2021 in de zaak tussen
v.o.f. [X] , gevestigd te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Hoorn, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil6.In geschil is of de naheffingsaanslagen en de boete, zoals die luiden na de uitspraken op bezwaar, terecht en naar de juiste bedragen zijn opgelegd. Aangaande de beide naheffingsaanslagen is in geschil of correctie 2 terecht is toegepast, waarbij meer specifiek in geschil is of de prestaties van eiseres waarop deze correctie ziet zijn te kwalificeren als het geven van gelegenheid tot sportbeoefening als bedoeld in post b3 van Tabel I bij de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB). De andere correcties zijn niet in geschil. Aangaande de boete bij de naheffingsaanslag 2013/2016 is in geschil of voor wat betreft correctie 4 sprake is van grove schuld van eiseres.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vernietigt de naheffingsaanslag 2017;
- vermindert de naheffingsaanslag 2013/2016 tot € 9.192 met dienovereenkomstige vermindering van de daarbij in rekening gebrachte belastingrente;
- handhaaft de boetebeschikking bij de naheffingsaanslag 2013/2016;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde bestreden besluiten;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.068;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 338 aan eiseres te vergoeden.