Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 maart 2021 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiseres
de heffingsambtenaar van Cocensus, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
(…) Ik verzoek u bij niet volledig tegemoetkoming aan het bezwaar, op basis van artikel 40 Wet Pro WOZ de opbouw van de kavelwaarde, de zogenoemde grondstaffel, en de taxatiekaart met daarop vermeld de KOUDV- en liggingsfactoren van het onderhavige object en van de door u opgevoerde vergelijkingsobjecten tijdig voor het plaatsvinden van de hoorzitting te verstrekken (…)”
Verweerder heeft ter zitting het volgende verklaard. De gevraagde gegevens hebben voorafgaand aan de hoorzitting, ter inzage gelegen. Van een professionele rechtsbijstandsverlener mag worden verwacht dat hij hiervan op de hoogte is. Op de hoorzitting heeft eiseres niet meer om deze stukken verzocht. In beroep zijn de in bezwaar gevraagde gegevens verstrekt. In dit verband heeft verweerder gewezen op de uitspraak van 7 juli 2020 van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2020:5157).
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de door eiseres in beroep redelijkerwijs gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 1.068 en
- draagt verweerder op het door eiseres betaalde griffierecht van € 48 aan haar te vergoeden.
R. van der Vecht, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
3 maart 2021.