ECLI:NL:RBNHO:2021:2006
Rechtbank Noord-Holland
- Raadkamer
- H.D. Overbeek
- S. Sicking
- J.J.M. Uitermark
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot kwijtschelding of vermindering ontnemingsbedrag wegens onvoldoende draagkracht
Verzoeker heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot kwijtschelding of vermindering van het nog openstaande bedrag van €55.000,- dat hij op grond van een ontnemingsmaatregel aan de Staat moet betalen. Dit bedrag was opgelegd door het gerechtshof Amsterdam in een arrest van 11 februari 2019, dat onherroepelijk is geworden op 5 november 2019.
Verzoeker voert aan dat hij werkloos is, geen opleiding heeft genoten en daarom slechts een minimumloon kan verdienen, waardoor hij niet in staat is de betalingsverplichting te voldoen. Het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) heeft echter aangegeven dat verzoeker sinds juni 2020 een voorlopige betalingsregeling van 12 termijnen van €245,53 nakomt en dat er geen bewijs is dat hij structureel onmachtig is om te betalen.
De rechtbank stelt vast dat de eerdere rechterlijke instanties geen aanleiding zagen om het bedrag te verlagen vanwege onvoldoende draagkracht. Gezien het feit dat verzoeker de voorlopige regeling nakomt en dat zijn financiële situatie mogelijk kan verbeteren, acht de rechtbank niet aannemelijk dat verzoeker nu of in de toekomst niet aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot kwijtschelding of vermindering van het ontnemingsbedrag af. De procedure werd behandeld in de raadkamer, waarbij verzoeker, zijn raadsman en de officier van justitie aanwezig waren.
Uitkomst: Het verzoek tot kwijtschelding of vermindering van het ontnemingsbedrag wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van structurele betalingsonmacht.