Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de inleidende dagvaarding van 30 december 2020, met 19 producties (genummerd E1 tot en met E19);
- een bericht van 5 januari 2021 van mr. Molenaar met vier aanvullende producties (genummerd E20 tot en met E23);
- een bericht van 5 januari 2021 van mr. Molenaar met een aanvullende productie (genummerd E24);
- een bericht van 5 januari 2021 van mr. Van der Poel met een eis in reconventie, met 58 producties (genummerd 1 tot en met 58);
- de hybride mondelinge behandeling, die heeft plaatsgevonden op 7 januari 2021;
- de pleitnota van [S] voor die zitting;
- de pleitnota van de gemeente voor die zitting;
- het proces-verbaal mondeling deelvonnis van 7 januari 2021;
- een bericht van 3 februari 2021 van mr. Van der Poel met aanvullende producties (genummerd productie 59 tot en met 85);
- een bericht van 4 februari 2021 van mr. Molenaar met aanvullende producties (genummerd E25 tot en met E31);
- e-mailberichten van 4 februari 2021 van mr. Molenaar, met aanvullende producties (genummerd E30 tot en met E32);
- de hybride mondelinge behandeling, die heeft plaatsgevonden op 5 februari 2021;
- de pleitnota van [S] voor die zitting;
- de pleitnota van de gemeente voor die zitting;
- het proces-verbaal mondeling vonnis van 5 februari 2021;
- een e-mailbericht van 24 februari 2021 van mr. Molenaar;
- twee e-mailberichten van 25 februari 2021 van mr. Van der Poel;
- een aanvullend e-mailbericht van 25 februari 2021 mr. Molenaar;
- aanvullende producties van de kant van de gemeente (genummerd productie 86 tot en met productie 93);
- een akte wijziging (aanvulling) van eis van de kant van [S] ;
- een bericht van mr. Molenaar met aanvullende producties van [S] (genummerd RS33 tot en met RS37);
- een bericht van 1 maart 2021 met aanvullende producties van [S] (genummerd RS38 tot en met RS39b);
- een bericht van 1 maart 2021 met aanvullende producties van de gemeente (genummerd productie 94 tot en met 96);
- de hybride mondelinge behandeling, die heeft plaatsgevonden op 2 maart 2021;
- de pleitnota van [S] ;
- de pleitnota van de gemeente.
2.De uitgangspunten
conservatoirbeslag gelegd op alle roerende zaken van [S] : zijn huisraad, zijn werktuigen en alle in het pand aanwezige kunstvoorwerpen. De ontruiming en het beslag hebben acht dagen geduurd. De kosten hiervan worden door de gemeente berekend op € 361.340,-. Deze kosten zijn in de bodemprocedure gevorderd.
3.Het geschil in conventie en in reconventie
5 februari 2021 - dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad;
zal bepalen dat [S] binnen vijf dagen na een schriftelijk verzoek daartoe van de gemeente medewerking dient te verlenen aan alle verzoeken van de gemeente, BVA en de deurwaarder ten behoeve van de veiling(en) (bijvoorbeeld het signeren van stukken, vragen over wie de kunstenaar van een bepaald werk is zo mogelijk beantwoorden en vragen over eventuele bruikleengevers beantwoorden) op straffe van een dwangsom;
zal bepalen dat [S] dient te gehengen en te gedogen dat de executieveilingen plaatsvinden onder de voorwaarde dat [S] voorafgaand aan de veiling binnen veertien dagen na verzending van de lijsten met de te veilen stukken door de gemeente dient aan te geven welke werken [S] wenst te signeren waarna hij de gelegenheid krijgt om de werken die hij vooraf heeft aangegeven op de lijst nog te signeren op een daartoe door de gemeente/deurwaarder te bepalen dag of dagen. Indien [S] de lijsten niet of niet tijdig aanlevert en/of niet op de aangegeven dag of dagen naar de signeerlocatie toekomt, staat het de gemeente/deurwaarder vrij om de veiling aan te vangen zonder dat de werken gesigneerd zijn;
4.De beoordeling
gehelekunstcollectie door een (nader te bepalen) schade-expert zou moeten worden beoordeeld op de aanwezigheid van (verdere) schade. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat een dergelijk onderzoek tijdrovend en kostbaar is. Dit onderdeel van de vordering komt niet voor toewijzing in aanmerking.
Indien en voor zover bij het einde van de bewaarneming mocht blijken dat BVA niet als een goed huisvader voor de inbeslaggenomen zaken heeft gezorgd, waardoor schade is ontstaan, dan kan de desbetreffende partij (de deurwaarder, de gemeente, [S] , de verzekeraar) BVA daarvoor aansprakelijk stellen. Ook deze vordering zal worden afgewezen.
26 maart 2021, online worden gepubliceerd. In zoverre zijn de primaire vorderingen 1. en 2. van de gemeente toewijsbaar.