Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
wederrechtelijkonder zich gehad. Zie hierover verder onder 3.3.2.2.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
8.Vorderingen benadeelde partijen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden.
[slachtoffer 3]geleden schade tot een bedrag van
€ 100,00, als vergoeding voor materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 augustus 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
2 dagenindien volledig verhaal overeenkomstig de artikelen 6:4:4, 6:4:5 en 6:4:6 Wetboek van Strafvordering niet mogelijk blijkt.
[slachtoffer 6]geleden schade.