Verzoekers, gehuwd sinds 2014, hebben een dochter die in Oekraïne is geboren via hoogtechnologisch draagmoederschap. De dochter en een van de verzoekers verblijven in China vanwege de coronapandemie en het ontbreken van een Nederlands reisdocument. Verzoekers vroegen bij het consulaat in Shanghai een laissez-passer aan, maar de minister van Buitenlandse Zaken weigerde deze aanvraag te behandelen vanwege twijfels over de geboorteakte en de vaststelling van identiteit en nationaliteit.
Verzoekers maakten bezwaar en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van spoedeisend belang, onder meer vanwege een lopende familierechtelijke procedure en mogelijke intrekking van een verblijfsvergunning. Ook werd het belang van herstel van het gezinsleven en de humanitaire noodzaak meegewogen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het waarschijnlijk is dat de dochter uiteindelijk de Nederlandse nationaliteit zal verkrijgen en dat de ontbrekende documenten spoedig worden aangeleverd. Daarom werd het besluit van de minister geschorst en werd de minister opgedragen binnen tien dagen een nooddocument (laissez-passer) te verstrekken.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.