Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
- feit 1, primair: in de periode van 20 oktober 2013 tot en met 29 oktober 2013 samen met anderen voorbereidingshandelingen en/of bevorderingshandelingen heeft gepleegd om een hoeveelheid cocaïne opzettelijk binnen Nederland te brengen en te verkopen/afleveren/verstrekken/vervoeren;
- feit 1, subsidiair: in de periode van 20 oktober 2013 tot en met 29 oktober 2013 samen met anderen opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1000 gram cocaïne;
- feit 2: in de periode van 11 januari 2013 tot en met 5 januari 2014 samen met anderen voorbereidingshandelingen en/of bevorderingshandelingen heeft gepleegd om een hoeveelheid cocaïne, dan wel een middel genoemd op lijst I, opzettelijk binnen of buiten Nederland te brengen en te verkopen/afleveren/verstrekken/vervoeren en te vervaardigen;
- feit 3: in de periode van 13 januari 2013 tot en met 5 januari 2014 samen met anderen heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, welke organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld onder artikel 2 jo Pro artikel 10 van Pro de Opiumwet (Ow) en/of artikel 2 jo Pro artikel 10a van de Opiumwet;
feit 4: in de periode van 1 juli 2009 tot en met 29 oktober 2013 zich samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan witwassen.
Inleiding
4.Beoordeling van het bewijs
ecli:nl:hr:2007:BA0502).
allemedeverdachten. Desondanks blijkt uit de bewijsmiddelen dat de verdachten goed op de hoogte waren van hetgeen zich ergens anders op de wereld afspeelde. Ook maakten verdachte en medeverdachten gebruik van veel verschillende telefoons en telefoonnummers. Dit blijkt uit de grote hoeveelheid verschillende bij verdachten in gebruik zijnde telefoon- en IMEI-nummers die in dit onderzoek zijn afgeluisterd en ook uit de grote aantallen telecommunicatiemiddelen die bij doorzoekingen op adressen van verdachten (en op de [zeilboot 2] ) zijn aangetroffen.
- zich en/ of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of
- voorwerpen, vervoermiddelen en/of gelden voorhanden heeft gehad waarvan verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),
- een (zeil)boot, genaamd [zeilboot 1] , aangeschaft, en/of
- (meermalen) aanwezig geweest op de (zeil)boot [zeilboot 1] en/of
- (schoonmaak)werkzaamheden (laten) verricht(en) aan de (zeil)boot [zeilboot 1] en/of
- bemanning geregeld en/of laten regelen voor de (zeil)boot [zeilboot 1] en/of
- geldzendingen (laten) verricht(en) vanuit Nederland naar Trinidad en Tobago en/of
- notities en/of documenten en/of afbeeldingen met betrekking tot de (zeil)boot [zeilboot 1] voorhanden gehad;
- het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10 vierde Pro en/of vijfde lid van de Opiumwet, namelijk het binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen, in elk geval het afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van cocaïne en/of
- het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet;
5.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de sanctie
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
twintig (20) maanden.