Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Standpunten van partijen
4.Oordeel van de rechtbank
5.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van de verdachte
7.Motivering van de straf
9.Beslissing
15 maanden.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland heeft op 2 april 2021 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte, die werd beschuldigd van medeplegen van de opzettelijke invoer van cocaïne door twee koeriers van Curaçao naar Nederland en het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne en heroïne.
De rechtbank baseerde haar oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder telefoonverkeer en de aanwezigheid van drugs in de kleding en auto van de verdachte. De verdachte voerde aan dat hij zijn telefoon had uitgeleend en dat de drugs niet van hem waren, maar deze verklaringen werden door de rechtbank niet geloofwaardig geacht.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met anderen grote hoeveelheden cocaïne had ingevoerd en dat hij opzettelijk 38,7 gram cocaïne en 4 gram heroïne bij zich had. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden, rekening houdend met zijn rol als begeleider en organisator binnen de drugssmokkelorganisatie en zijn eerdere justitiële documentatie.
De straf weerspiegelt de ernst van het feit en de schadelijke gevolgen van de invoer en handel in harddrugs. De tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis had doorgebracht, werd in mindering gebracht op de straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van invoer van cocaïne en bezit van cocaïne en heroïne.