Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de straf
- het over verdachte uitgebrachte psychiatrisch rapport Pro Justitia, gedateerd 28 december 2020, opgesteld door [deskundige 1] Hulten, onder supervisie van [deskundige 2], psychiater;
- het over verdachte uitgebrachte reclasseringsadvies, gedateerd 12 maart 2021, opgesteld door mevrouw [reclasseringswerker], reclasseringswerker verbonden aan GGZ Reclassering Fivoor te Haarlem.
Een aanvankelijk klinische en daarna ambulante forensische behandeling wordt geadviseerd, als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel.
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
niet bewezenwat aan verdachte in
zaak A onder 4is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
bewezendat verdachte de in
zaak A onder 1, 2 en 3en in
zaak Bten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.3.3 weergegeven.
gevangenisstrafvoor de duur van
330 (driehonderddertig) dagen.
120 (honderdtwintig) dagen nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van drie jaren.
algemene voorwaardedat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
bijzondere voorwaarden:
[aangever 3] afhaal- en bezorgcentrum vofgeleden materiële schade tot een bedrag van
€ 7.621,60 (zevenduizend zeshonderdeenentwintig euro en zestig cent)en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 september 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [aangever 3] afhaal- en bezorgcentrum vof, voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[aangever 3] afhaal- en bezorgcentrum vofde verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 7.641,60 (zevenduizend zeshonderdeenenveertig euro en zestig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door maximaal
152dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 september 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.