Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.PROCESVERLOOP
2.BEOORDELING VAN HET VERZOEK
3.BESLISSING
mr. I.H. Lips, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. W.T. Delleman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2021.
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak is het verzoek tot wraking ingediend door de vader van een minderjarige na een zitting waarbij de kinderrechter toestemming gaf voor medische behandeling van de minderjarige, ondanks het verzet van de vader.
De kinderrechter had tijdens de zitting haar beslissing genomen en deze mondeling meegedeeld. De vader gaf aan de rechter te willen wraken, maar deed dit pas na de uitspraak. De wrakingskamer overweegt dat een wrakingsverzoek niet kan worden ingediend nadat de einduitspraak is gedaan.
Daarnaast heeft de verzoeker geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd die een zwaarwegende aanwijzing van vooringenomenheid van de rechter opleveren. Daarom verklaart de wrakingskamer het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk en beveelt voortzetting van de zaak in de bestaande stand.
De beslissing is op 14 april 2021 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de Rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kinderrechter wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en de zaak wordt voortgezet.