Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) vorderde van Vloer Adviesgroep B.V. een gerechtelijke verklaring omtrent de vorderingen en goederen die onder executoriaal derdenbeslag waren gelegd ten laste van Schildersbedrijf S.W. Kooistra B.V. Dit beslag was gelegd op verzoek van EUR en ten laste van Kooistra. EUR wilde na afgifte van de verklaring dat Vloer Adviesgroep de betreffende gelden en goederen aan haar zou overdragen.
Vloer Adviesgroep had echter een verklaring derdenbeslag afgelegd en een brief overgelegd waarin zij aangaf niet akkoord te gaan met de door haar ingevulde verklaring. EUR heeft daarop ter zitting verklaard haar vorderingen te willen intrekken, waardoor de eis werd verminderd tot nihil.
De rechtbank oordeelde dat EUR de dagvaarding niet binnen de vereiste termijn van twee maanden na ontvangst van de verklaring derdenbeslag had uitgebracht, zoals vereist in artikel 477a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Hierdoor was EUR niet-ontvankelijk in haar vorderingen.
EUR werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op €4.270,00 ten gunste van Vloer Adviesgroep. Het vonnis werd gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op 21 april 2021 in het openbaar uitgesproken.