De huurder sloot op 27 januari 2020 een huurovereenkomst met Quality Time Camperverhuur B.V. (QTC) voor een camper van 6 mei tot 16 juni 2020. Door coronamaatregelen wilde de huurder niet in deze periode reizen. Op 15 april 2020 vond telefonisch overleg plaats over verplaatsing of annulering van de huur. QTC stelde dat verplaatsing alleen mogelijk was binnen 2020 en dat verplaatsing naar 2021 als annulering zou gelden. De huurder gaf op 25 april 2020 per e-mail aan de huur te willen verplaatsen naar 7 mei tot 17 juni 2021.
QTC startte een procedure tot betaling van annuleringskosten. De huurder betwistte dit en vorderde ontbinding van de gewijzigde overeenkomst en terugbetaling van de aanbetaling. De rechtbank oordeelde dat het niet vaststaat dat het aanbod tot verplaatsing beperkt was tot 2020 en dat geen geldige annulering heeft plaatsgevonden. Er is een gewijzigde overeenkomst gesloten die QTC niet nakomt, waardoor zij in verzuim is.
De rechtbank wijst de vordering van QTC af en kent de tegenvordering van de huurder toe. De huurovereenkomst wordt ontbonden en QTC moet de aanbetaling van € 1.372,80 terugbetalen. Proceskosten komen voor rekening van QTC.