Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Uitspraakdatum: 26 april 2021
1.Tenlastelegging
parketnummer 15.176189.20, ten laste gelegd dat:
parketnummer 15.112347.20(ter terechtzitting van 9 november 2020 gevoegd), ten laste gelegd dat:
zij op of omstreeks 19 februari 2020 te Purmerend [het slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door op een korte afstand haar taser te tonen en aan te zetten;
zij, op of omstreeks 19 februari 2020 te Purmerend opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 5 eenheden MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
feit 1.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
(feit 2)en medeplegen van afdreiging
(feit 3),in eendaadse samenloop begaan,
(feit 5)en medeplegen van afdreiging
(feit 6),in eendaadse samenloop begaan
(feit 4)
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
194 (zegge: honderd vier en negentig) dagen. Beveelt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 90 dagen
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
-veroordeelde zich laat behandelen door FACT (Flexible Assertive Community Treatment) of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;
-veroordeelde meewerkt aan het vinden en behouden van vrijwilligerswerk, arbeid of studie zo frequent en zolang de reclassering dit nodig acht. Zij dient zich te houden aan de aanwijzingen die haar in het kader hiervan worden gegeven;
200 (zegge: tweehonderd) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 100 dagen jeugddetentie.
€ 238,68en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 juni 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [de benadeelde partij 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een (van de) medeverdachte(n) is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.