Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
Wel kan er vanuit worden gegaan dat de verdachte op 26 mei 2020 en 14 juni 2020 de chauffeur is geweest en personen naar Amsterdam en Limmen heeft gebracht. De verdachte bracht wel vaker vrienden of kennissen rond. Echter, daarmee kan niet gezegd worden dat de verdachte medepleger is van de ten laste gelegde feiten op 26 mei 2020 en 14 juni 2020. Er is geen bewijs dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking. De verdachte heeft geen rol gehad van voldoende gewicht, hij had geen weet van een plan om aangevers te chanteren (met geweld en een map gegevens) en heeft niet gedeeld in de buit. De verdachte is ook niet aan te merken als medeplichtige, omdat dubbel opzet ontbreekt. De verdachte had geen opzet op de ten laste gelegde gronddelicten.
Uit tapgesprekken op 26 mei 2020 blijkt dat de verdachte om 12.57 uur (pag. 888) belt met [de medeverdachte 1] en aangeeft dat hij er is met [de medeverdachte 2] . [de medeverdachte 1] geeft aan dat hij eraan komt. Vervolgens belt [de medeverdachte 1] om 13.06 uur (pag. 891) met [de medeverdachte 4] en geeft aan dat ze er zijn. [de medeverdachte 4] zegt dat hij eraan komt. De rechtbank leidt hieruit af dat de verdachte en [de medeverdachte 2] , achtereenvolgens [de medeverdachte 1] en [de medeverdachte 4] met de auto hebben opgehaald. Vervolgens valt uit de ARS gegevens van de auto die de verdachte die dag rijdt ( [kenteken 2] ) (pag. 349) op te maken dat de auto op 13.19 vertrekt uit Purmerend, om 13.27 uur aankomt in Amsterdam en rond 16.00 uur weer vertrekt uit Amsterdam terug naar Purmerend.
Ook blijkt uit de telefoongegevens van de verdachte (nummer [nummer] ) dat hij tussen 14.00 uur en 16.00 uur, aanstraalt in Amsterdam in de omgeving van de plaats delict (Nova Apartments te Amsterdam). Verder valt uit de bewijsmiddelen op te maken dat de verdachte in dat tijdsbestek contact heeft met [de medeverdachte 2] , dat zij gaat pinnen en dat de verdachte in dat verband met haar afspreekt bij de auto.
Door als chauffeur te fungeren naar de plaats van de eerste ontmoeting in Amsterdam, de plaats delict en het vervoer te verzorgen naar de pinautomaten is de verdachte behulpzaam geweest bij het ten laste gelegde en heeft hij de uitvoering gemakkelijk gemaakt. Zijn rol in dit verband was in die zin onmisbaar, dat de verdachte naar eigen zeggen de enige was met een rijbewijs.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
(feit 3 subsidiair),
(feit 1 subsidiair),
(feit 6 subsidiair),
(feit 4 subsidiair)
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
8.Vordering benadeelde partij
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
165 (zegge: honderd vijf en zestig) dagen.
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
180 (zegge: honderd tachtig) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 90 dagen hechtenis.